De dopingcontroles die op dit moment worden toegepast in de sportwereld zijn grotendeels voor de show. De pakkans is, doordat veel te weinig wordt getest, nihil. Dat concluderen Australische onderzoekers aan de Universiteit van Adelaide. 

"Anti-dopingcontroles zijn gedoemd te falen", luidt de titel van de omvangrijke studie, waarbij gegevens zijn gebruikt van 93 verschillende sporten.

Steekproeven zorgen ervoor dat dopingzondaars in slechts 2,9 procent van de gevallen tegen de lamp lopen. Voor een pakkans van honderd procent zou iedere atleet tot vijftig keer per jaar gecontroleerd moeten worden. Meer testen zou de antidopingagentschappen echter miljoenen dollars extra kosten, stellen de onderzoekers. 

"De controles zijn bij lange na niet in staat om doping uit de sport te bannen. Het lijkt erop dat het huidige beleid vooral bestaat voor de beeldvorming; om te laten zien dat er echt wel wat wordt gedaan", analyseert één van de onderzoekers. 

"Als atleten twaalf keer per jaar getest zouden worden zou de pakkans 33 procent zijn, ervan uit gaande dat ze continu doping gebruiken", vervolgt de hoogleraar. "Maar we weten inmiddels dat sporters niet doorlopend stimulerende middelen nemen. Wel gebruiken ze steeds geavanceerdere technieken om te voorkomen dat ze betrapt worden."