Ploegleider Addy Engels van Argos-Shimano was er donderdagochtend, bij het vertrek voor de twaalfde etappe, bepaald niet rouwig om dat hij nog even kon 'droogzwemmen'.

Engels mag dan al sinds het begin van dit seizoen als regisseur in de auto optreden, debuteren op het grootste wielerpodium brengt toch wat extra spanning teweeg.

''Zeker als je halverwege de koers pas instapt'', zegt de 36-jarige Drent, die volgens afspraak Rudi Kemna vrijdag of zaterdag zal aflossen.

''Je valt iets binnen dat al twee weken aan het rollen is. Het is een kwestie van mijn draai vinden, terwijl ik die normaliter zelf kan maken als ik er vanaf de start bij ben'', aldus Engels.

''Het is goed dat ik eerst meerijd met Rudi, zodat ik kan zien hoe het er in de race aan toe gaat met al dat publiek langs de kant van de weg. Want zoveel volk kom je nergens tegen. Ook niet in de Giro die ik als eerste ploegleider heb gedaan.''

Vierhouten

Dat die toeschouwers soms merkwaardige bokkensprongen kunnen maken, weet Aart Vierhouten (43) intussen wel. De oud-prof is namens Vacansoleil-DCM voor het eerst als ploegleider actief in Frankrijk en begon op Corsica aan de klus. Fans zijn onnavolgbaar, volgens Vierhouten.

''Mensen hebben dikwijls moeite een juiste inschatting te maken van de snelheid waarmee de karavaan - de reclamestoet en het peloton - passeert. Menigeen meent geregeld nog even snel tussen een voorbijrijdende motor en de volgende colonne volgauto's over te steken. Daar moet je wel op anticiperen. Dat is best wennen.''

Van onwennigheid had Vierhouten geen last, beweert hij. ''Je stapt in je auto en doet wat je moet doen. Het is hetzelfde als wat ik deed om de sprint van bijvoorbeeld Robbie McEwen voor te bereiden: gaatjes induiken, door het peloton laveren, en waar mogelijk net wat sneller dan een ander proberen te zijn. Achter het peloton is het niet zelden oorlog tussen de ploegleiders. Wie trapt er het laatst op zijn rem?''

''Op het moment dat het allemaal moet gebeuren, moet je scherp zijn. Zoals op Corsica, waar de hitte een grote rol speelde en je pas na dertig kilometer vanuit de wagen mocht bevoorraden terwijl iedereen al veel eerder dorst had. In een dergelijke situatie wil je de eerste zijn die zijn coureurs te drinken geeft, omdat het soms een half uur kan duren voordat renners een bidon krijgen. Dan moet je dus slimmer zijn dan de collega's.''