Koen de Kort neemt voor de Nederlandse wielerploeg Argos-Shimano deel aan de Tour de France en houdt zijn belevenissen bij in een dagelijkse column op NUsport.

Door Koen de Kort

De derde etappezege voor mijn ploeg Argos-Shimano, het is echt ongelooflijk. Eén rit in de Tour winnen is al moeilijk, laat staan drie. Hier heb ik echt nooit van durven dromen.

Toen gisteren de voorsprong van de vijf vluchters groot genoeg was, ging één van ons op kop van het peloton rijden, met een renner van Omega-Pharma-QuickStep en één​ van Lotto-Belisol - twee andere sprintersploegen - en een renner van Sky, de ploeg van geletruidrager Chris Froome. Vier sterke mannen op kop is vaak voldoende om het gat met de koplopers controleerbaar te houden, zeg zo'n zes minuten.

Gisteren liep het even anders; de kopgroep reed te hard en gokte erop dat een van de sprintersploegen de achtervolging zou staken. Er was ook even discussie tussen de teams en toen de vluchters een voorsprong van negen minuten hadden, besloten we allemaal om één renner extra op kop te zetten. Niemand wilde de kans op een massaspurt laten lopen. Omdat de vluchters zo hard reden, werd het wel een zware etappe, ook door de zijwind die ons de hele dag parten speelde. 

Na ongeveer 70 kilometer vroeg Marcel Kittel mij of ik me goed genoeg voelde om de laatste man te zijn in de lead-out. Normaal de rol voor Tom Veelers, maar die was nog niet hersteld van zijn val twee dagen eerder. Ik twijfelde even - dit is tenslotte wel de Tour de France - maar besloot het te doen, ook omdat Marcel en onze wegkapitein Roy Curvers veel vertrouwen in me hadden.

Verbazing

De etappe liep verder volgens plan en op vijf kilometer van de streep schoven we op naar voren, aan de linkerkant dwars door de wind. Marcel en ik werden perfect uit de wind gehouden en John Degenkolb, de laatste renner voor mij in de lead-out, zette ons goed af in de laatste kilometer.

Toen hij weg was, keek ik om om te zien welke renner mij het eerst zou passeren; dat wiel moest ik hebben. Tot mijn verbazing was het Roy, die al heel wat werk had verzet. Ik pakte zijn wiel en Roy bracht me die extra 200 meter die ik nodig had om in de laatste bocht mijn lead-out te beginnen.

Bij het uitkomen van die bocht accelereerde ik, om Marcel de kans te geven het wiel te kunnen pakken van Mark Cavendish. Mijn werk zat erop en ik zag van een afstand de sprint tussen Marcel en Cavendish. Ik kon niet zien wie er had gewonnen.

Na de finish ging ik direct op zoek naar Marcel, maar toen ik hem vond wist hij ook niet of de ritzege binnen was. Pas toen de journalisten het bevestigden, begonnen we met feestvieren.

De eerste twee ritzeges waren prachtig, maar deze was voor mij extra speciaal; in een extreem belangrijke positie voelde ik me eindelijk helemaal goed en had ik precies kunnen doen wat er van mij werd verwacht. De bonus was dat Marcel Cavendish klopte in een direct duel, iets dat maar weinig sprinters is gegeven.