LONDEN - Het doel was goud, maar toen Henk Grol vanmorgen de judomat opstapte had hij er weinig vertrouwen in. Uiteindelijk werd het brons en daar was hij heel blij mee.


Door Rypke Bakker

“Dit is brons met een gouden randje”, zei Grol na afloop. De judoka die uitkomt in de klasse tot 100 kilogram worstelde de afgelopen maanden met zijn lichaam. Hij kreeg in de winter last van zijn knie. En toen die problemen eindelijk voorbij leken, scheurde zijn teen uit de kom.

“Zeven hechtingen, vier weken voor de Spelen, dat is een hele harde klap geweest. Je leeft hier vier jaar naartoe. Maar vervolgens kun je je niet goed voorbereiden. Ik zat ook niet lekker in mijn vel, maar iedereen zei wel dat ik goud ging winnen.''

''Dat heb ik zelf ook gezegd, dat weet ik. Zoiets is lekker om te horen als het goed gaat, maar als het minder gaat niet. Ja, ik heb een moeilijke periode achter de rug.”

Het einde

Dat Grol uiteindelijk toch nog brons haalde, was voor hemzelf een verrassing. Niet zozeer omdat hij er lichamelijk vandaag slecht voor stond, maar mentaal zat het niet goed.

“Ik was klaar om mijn tas in te pakken en naar huis te gaan. Zo erg was het. Ik train hard, heb niet verzaakt, daar lag het niet aan. Maar als je het niet kunt oproepen, is het zo lastig. Ik was niet tegen mijn tegenstander aan het judoën, maar tegen mezelf. Ik dacht: dit is het einde.''

Diep gezeten

Dat Grol uiteindelijk toch nog via de herkansingen tot een bronzen medaille kwam, nadat hij in de kwartfinale had verloren van de Duitser Dimitri Peters, dankte Grol vooral aan bondscoach Maarten Arends.

“Hij heeft deze medaille voor mij verdiend. Maarten zei: ga gewoon judoën, stap er volledig in, dan ben je goed. De laatste twee partijen heb ik daardoor goed gejudood en brons gepakt.''

''Maar ik kwam echt van heel erg ver, ik heb heel diep gezeten. Daarom ben ik heel erg blij met deze medaille.”