De beste wielrenner van 2012 is allereerst natuurlijk een aparte vogel. Niet alleen door die bakkebaarden, niet door zijn in alcohol gedrenkte geschiedenis of door de medailles. 

Door Nando Boers

Nee, door die aap en door waar die ‘aap’ voor staat. Die aap staat voor nadenken, analyseren en innoveren.

Die aap, die bestaat natuurlijk niet, maar Bradley Wiggins doet wel vaak alsof die ‘aap’ in zijn hotelkamer zit. En die imaginaire aap, die laat hij op gezette tijden lullen als Brugman.

Vroeger deed Wiggins dat zeker weten, want het staat in zijn autobiografie In pursuit of glory uit 2009. En het zal me niet hebben verbaasd als de aap toch ook woensdagochtend tevoorschijn kwam in Londen, een paar uur voordat Wiggins aan zijn olympische tijdrit begon.

In zijn boek vertelt Wiggins dat verhaal van die aap, een bedenksel van forensisch psycholoog Steve Peters, die ingehuurd wordt door Team Sky. Voordat Wiggins uit het hotel vertrok naar de koers van de dag, nam hij de ‘aap’ na het ontbijt even apart in zijn kamer en liet de aap razen en tekeergaan.

Falen

Wiggins zweeg en keek toe. De aap zei dat hij er niets van zou bakken. En of het trouwens ook niet vreselijk zou zijn als hij zou falen voor het oog van zijn familie, zeker nu zijn kleine neefje er bij was? Overigens, de BBC was er ook en hoe afschuwelijk zou het zijn als hij het zou verprutsen?

Wiggins liet die ‘aap’ altijd tien minuten fulmineren. Daarna was het basta en stopte hij die aap terug in zijn ‘kooi’. Pas de volgende dag mocht de aap weer negatieve gedachten naar Wiggins’ hoofd slingeren.

Die aap verwoordt Wiggins’ twijfels en angsten. Op bladzijde 185 en 186 van de autobiografie schrijft Wiggins: "Als ik die aap ’s ochtends zijn gang heb laten gaan heb ik daarna aanmerkelijk minder zorgen aan mijn kop."

Cool

En zorgeloos rijden, waartoe dat kan leiden hebben we de voorbije maanden gezien. Winst in Parijs-Nice, Ronde van Romandië, Criterium du Dauphiné, Tour de France en de olympische tijdrit. Die zeges hebben ertoe geleid dat wielrennen in Groot-Brittannië cool is geworden.

En tevens dat cool haar intrede heeft gedaan in het cyclimse, een, laten we zeggen, vrij traditionele wereld, waarin nogal wat jongens van eenvoudige komaf rondrijden, als boerenzonen, bakkerszonen en stratenmakers. In ‘zijn’ dagen was het peloton, zo vertelde oud-renner en schrijver Peter Winnen mij onlangs, nogal ‘een ongeletterde meute’.

Niets mis mee, natuurlijk, maar met de Britse invasie is een ander type renner geaard in het peloton: de paradijsvogels, mafkezen, navelstaarders met autistische trekjes die schrijven en regelrechte outsiders. In de Angelsaksische wereld die gedomineerd wordt door de mannelijke - kameraadschappelijke - sporten als voetbal en rugby voelen de misfits zich aangetrokken door een zonderling leven tussen de zoemende wielen.

David Millar (een Schot) vertelde onlangs in De Muur over die types en hij zei dat fietsen in Engeland een exclusieve sport is, een subcultuur, een sport voor loners. Millar vond ‘excentriek’ misschien wel een nog passender woord. Millar: “Zelfs als je het in Engeland niet bent - excentriek - ga je als loner denken dat je dat bent omdat je fietst.”

Afzetmarkt

De opkomst van het wielrennen in Engeland - via de in 1967 op de Mont Ventoux gestorven Tom Simpson (wereldkampioen van 1965), de deelname van ANC-Halfords aan de Tour van 1987 (er deed bijna twintig jaar geen Britse ploeg mee) naar Sky en Wiggins; het zorgt voor een nieuwe afzetmarkt.

Tegelijkertijd heeft de opkomst van de Britten (en ook iets eerder al van de Australiërs) de ploegen uit de traditionele wielerlanden aan het denken gezet. Het succes kent zijn oorsprong in een olympisch baanprogramma, waarvan de wedstrijden donderdag in Londen beginnen en waar Nederland weinig hoge ogen zal gaan gooien. Het zou in elk geval een groot punt van aandacht moeten zijn voor het Nederlandse wielrennen.

Wiggins, de aanvoerder van de Britse invasie, veroverde ondertussen op woensdagmiddag in Londen zijn zevende olympische medaille: zijn vierde goud. De eerste op de weg. Die andere medailles won hij op de baan, in Athene en Peking. Lang voordat hij de Tour de France won. Mede dankzij die ‘aap’.