LONDEN - Nathan Adrian zorgde opnieuw voor een daverende verrassing in het Aquatics Centre. Hij versloeg topfavoriet James Magnussen in de finale van het koningsnummer: de 100 meter vrije slag. Het verschil bedroeg slechts eenhonderdste: 47,52 om 47,53.

Door Jasper Boks

“Het was geweldig om die 'één' achter m’n naam te zien, ik begon bijna te huilen in het water”, aldus Adrian.

“Dit is een toernooi dat elke vier jaar wordt gehouden. Het gaat er niet om wie dit jaar de snelste tijd zwemt, maar wie op die ene avond en in die ene race zijn handen als eerste tegen de muur drukt. Ik kwam goed uit. Daarna dacht ik: holy crap, dit zijn de Olympische Spelen, die heb ik als kind al op tv gezien.’

Magnussen zwom vorig jaar iedereen naar huis, werd wereldkampioen op de 100 vrij in Shanghai. Dit jaar zwom hij ook de snelste tijd van iedereen: 47,10. Maar in Londen was hij niet in topvorm.

Dat bleek ook al in de 4x100 vrij estafette. De Australiers golden als favoriet, maar werden slechts vierde. Als startzwemmer werd Magnussen er toen ook al uit gezwommen door Adrian.

Nederig

Magnussen: “Ik heb op jonge leeftijd al zoveel succes gehad, ik dacht dat ik bestand was tegen alle kogels toen ik naar de Spelen kwam en nu voel ik me erg nederig."

"Ik heb nu veel meer respect voor jongens als Michael Phelps, die naar de Spelen komen en die presteren onder druk. Ik word hier geconfronteerd met de realiteit. Mijn coach zei het al deze week, het is best een vervelende tijd om te merken dat je ook maar een mens bent."

"Dat ik het goud mis op eenhonderdste doet pijn. Ik deed wat ik kon, maar dat was niet genoeg. Meteen na de race denk je aan waar je het hebt laten liggen. Ik kan het niet zo opnoemen, al heb ik niet veel slaap gehad in de aanloop."

"Het zijn zware Spelen. Ze zeggen: ‘What doesn’t kill you, makes you stronger.’ Hopelijk word ik hierdoor een betere zwemmer, maar bovenal een beter mens.”