Toegegeven: wij sportjournalisten kunnen ook een beetje overdrijven als het niet gaat zoals we willen en, vooral, wensen. Denk aan het EK voetbal en de prestaties van de onzen tijdens de Tour de France. 

Door Jasper Boks

Maar de Britten kunnen er helemaal wat van. Een stelletje scorebordjournalisten zijn het, om die term van Co Adriaanse maar weer eens van stal te halen.

Dat wist ik al een tijdje. Het Engels elftal krijgt onder uit de zak als het niet Europees of wereldkampioen wordt. En nadat eerst tennisser Tim Henman jarenlang ernstig gebukt ging onder de stress van het moeten winnen van Wimbledon, heeft nu Andy Murray die last op zijn schouders.

Overal reizen verslaggevers de knorrige Schot achterna met maar één vraag. Of hij de eerstvolgende editie van Wimbledon gaat winnen. Een jaar lang dezelfde vraag, om gek van te worden.

De pineut

De afgelopen dagen waren dus de Britse olympiërs de pineut. Het begon al op dag 1. Mark Cavendish ging de wegwedstrijd bij de mannen winnen. Dat wist iedereen. De voorpagina’s met King Cav lagen al bij de drukker. Maar Cav won mooi niet.

Dan maar naar Wimbledon, waar Andy Murray met zijn broer zou gaan schitteren in het dubbelspel. Moest wel na zijn finaleplaats vorige maand op het heilige gras. Het ging al in de eerste ronde mis. Op naar het zwembad. Opnieuw bleef het stil.

Tom Daley dan? De hele natie leefde met de populaire schoonspringer, die vorig jaar zijn vader verloor door kanker, mee. De kranten stonden vol met hem. Maar met zijn partner verprutste hij het schoonspringen voor duo’s. Vierde. Weer geen plak.

En zo ging het maar door. Britse judoka’s? Ze lagen al op hun rug voordat de journalisten hun laptop hadden open geklapt. Zeilen? In Weymouth deelden Nick Dempsey, die werd weggesurft door Dorian van Rijsselberghe, en Sir Ben Ainslie ook al in de malaise tijdens de eerste paar dagen, want niet op koers voor goud.

Mokerslag

Telkens ging het mis met die Britse sporters. Overal zag je teleurgestelde gezichten. Er werden wel medailles gewonnen, maar die hadden dan weer niet de goede kleur. Elizabeth Armitstead pakte zilver in de wegwedstrijd, ze verloor de sprint van Marianne Vos.

Het Britse eventingteam miste net aan het goud. Uitgerekend Zara Phillips, een kleindochter van Queen Elisabeth, verprutste het door voor zeven strafpunten te zorgen bij het springen. Zilver, ook dat kwam aan als een mokerslag.

Na vier dagen stond de teller nog op nul gouden medailles. Daar moesten verklaringen voor zijn. De kranten dachten bij de nederlaag van Cavendish nog aan een samenzwering van de hele wereld tegen de Britten. Chinese sporters zaten massaal aan de doping. Vos was een bitch omdat ze hun Lizzie niet liet winnen.

Rebecca Adlington werd voor alle Britten ‘Becky’ nadat ze vier jaar geleden goud won op de 400 en 800 meter vrije slag. Nu werd ze weer gewoon Rebecca genoemd. Waarom won ze eigenlijk niet? Haar ouders moesten dat maar even uitleggen.

En dan nog Phillips. Lastig gevalletje. Want om nou een lid van het koninklijk huis voor rotte vis uit te maken, ging wat ver.

Schande

Waarom werd er niet gewonnen in eigen huis? Het was een schande, het was een ramp. Bij de BBC probeerden ze de moed er maar in te houden. Maar gemakkelijk ging het ze niet af. Na weer een mislukking ging het terug naar de studio en daar stond dan een treurwilg met hangende schouders die zuchtte en met zijn hoofd schudde.

En maar weer op zoek naar een verklaring. Hoe kwamen ze in godsnaam van die hatelijke nul gouden plakken af? Coaches invliegen uit het buitenland? Psychiaters sturen naar het Britse team? Nog meer wetenschappers loslaten op de sporters? Ze vanaf hun achtste opsluiten in een sportklooster en niet meer naar school laten gaan, zoals in China?

Misschien wel mensonterend, maar de behandeling had wel een hoger doel: het moest een juichende sportnatie opleveren.

Ik begon er steeds meer lol in te krijgen. Als ik terugkwam van het olympisch park stemde ik om middernacht snel af op de BBC, daar werd de dag nog even doorgenomen. De ene na de andere Britse mislukking passeerde de revue.

Er werd gezucht, gesteund, getreurd en naar antwoorden gezocht. Iedereen ging er steeds ongelukkiger en gefrustreerder uit zien. Om daarna maar weer vooruit te kijken naar de volgende dag, waarop zeker goud gewonnen ging worden. Topamusement.

Chauvinisme

Maar nu, na dag 5, is het dus voorbij. Er werd woensdag goud gewonnen in het roeien. En natuurlijk won Bradley Wiggins na de Tour en tal van olympische plakken op de baan ook de olympisch tijdrit. Er werd gejuicht door de Britse journalisten in de persruimte.

Voor hen zijn de Spelen nu pas begonnen. Ze gaan zich vanaf nu uitleven, zullen uitpakken met heroïsche verhalen over de winnaars, de familie wordt vanaf heden weer opgevoerd om te vragen hoe de winnende sporter zo geweldig is geworden. Brits chauvinisme zal hoogtij vieren.

Vanmorgen sloeg ik de krant open. De Gold War was begonnen, stond er te lezen in de kranten. Want die mij vrolijk makende nul is van het scorebord.