Vroeger was alles veel overzichtelijker. Duitsland was ieders 'angstgegner', een achterstand werd ze nooit fataal (remember 1974), er werd spaarzaam aangevallen en grondig verdedigd en aan het einde van een toernooi stond de Duitse aanvoerder met de trofee boven z’n hoofd.

Door Edwin Struis

'Das Glück des Tüchtigen', zo omschreef verslaggever Heribert Fassbender dat dan. Het geluk dat harde werkers hebben. Op dat soort momenten stond in huize-Struis de tv al weer op een andere zender.

Maar zie, nu is alles anders. Onder eerst Jürgen Klinsmann en daarna z’n opvolger Joachim Löw is aanvallen het parool geworden en maakte het tot voor kort niet zo bar veel uit wie er achterin stonden opgesteld. Per Mertesacker, Holger Badstuber, Mats Hummels, het zijn verdedigers voor wie het dozijn spreekwoordelijk is opgerekt naar dertien.

Black-out

Donderdagavond maakte die oerdefensieve degelijkheid definitief plaats voor lichtzinnigheid. Duitse verdedigers denken dat de meer aanvallend ingestelde spelers de problemen wel oplossen. Anders valt hun totale black-out tegen Italië niet te verklaren.

Zo liet Hummels, dit seizoen de revelatie van landskampioen Borussia Dortmund, zich na twintig minuten kinderlijk eenvoudig aftroeven door Antonio Cassano, waarna Mario Balotelli het begin van een heldenepos schreef door centrale verdediger Badstuber in de lucht makkelijk de baas te blijven.

De kogel die hij een kwartiertje later afvuurde, na volledig mistasten van de toch zo ervaren Philipp Lahm, zou binnen de bebouwde kom een fikse boete krijgen, want 120 km per uur.

Zo overklaste de ene Mario de andere (Gomez) ruimschoots. De Duitser kwam totaal niet in het spel voor, werd in de rust gedesillusioneerd gewisseld voor Klose, waar de andere Mario triomfeerde en alle criticasters stil kreeg.

Van het predicaat brokkenpiloot zal de spits van Manchester City nooit afkomen, laat dat maar aan hemzelf en de Engelse tabloids over, maar als hij z’n doorgaans wat ongepolijste gedrag af en toe lardeert met dit soort optredens zal je geen Italiaan horen klagen.

Tegenzin

Balotelli zelf moest na afloop de feestvreugde in worden gesleurd, met zichtbare tegenzin vierde hij het feestje mee. Pas toen hij z’n Italiaanse pleegmoeder ontwaarde in de massa, ontdooide hij een beetje.

Het hoort natuurlijk allemaal bij z’n rol van Bad Boy. Niet uitzinnig juichen na een goal, net doen of scoren de normaalste zaak van de wereld is voor hem. Getuige alle ballen die in het verloop van de wedstrijd van z’n voet sprongen, is dat het duidelijk niet.

Mits perfect gelanceerd, door bijvoorbeeld de grote regisseur Andrea Pirlo, is Balotelli zeer bruikbaar, in het combinatiespel kan je hem missen als kiespijn.

Maar dat donderde allemaal niet in het nationale stadion van Warschau waar Italië zich andermaal de grote plaaggeest van de Duitsers toonde. Op een eindronde verloren de ‘Azzurri’ nog nooit van onze oosterburen en dat deed pijn bij ‘Die Mannschaft’.

Vooral ook omdat niemand deze ontknoping verwachtte. De Duitsers hadden dit toernooi als enige equipe enig niveau getoond, liepen over van fitheid en hadden nota bene twee rustdagen meer genoten dan de Italianen die in de kwartfinale tegen Engeland 120 minuten op het veld stonden. Dan wekt een ruststand van 0-2 wel enige bevreemding.

Superieure Pirlo

De tijden zijn veranderd. Duitsland, dat nu al weer zestien jaar wacht op een hoofdprijs, poetst zo’n achterstand niet meer zo makkelijk weg als vroeger en onder strateeg Cesare Prandelli speelt Italië voor zijn doen opeens vrij aanvallend.

Als Spanje ook zondag weigert haar fenomenale combinatiespel op de mat te leggen, zoals in de vorige vijf wedstrijden, dan hebben de Italianen nog een kans op de titel ook. Met dank aan de superieure regisseur Pirlo en aan de vernieuwende bondscoach Prandelli. En aan Super Mario natuurlijk.