Het onderwerp behoorde tot voor kort tot de dunste boekjes ter wereld. Naast De Engelse keuken en Duitse humor. Maar Italiaanse helden krijgt er wat mij betreft een hoofdstuk bij.

Door Edwin Struis

Gewijd aan Andrea Pirlo. Sinds zondagavond penaltyheld der Italianen, in één adem genoemd met Antonin Panenka die ooit Sepp Maier zo verschalkte. Het zal wel door de initialen komen. 

Een week eerder liep hij nog rond op het centrale plein van Krakau. Vrijetijdskloffie aan, handjes op de rug, zo stiefelde Andrea Pirlo rond op Rynek Glowny, dat prachtige in Middeleeuwse staat geconserveerde plein. Af en toe een handtekening, of even op de foto, hij liet het zich allemaal welgevallen, met een prettige relaxedheid. Hier stak een voetballer uitstekend in z’n vel.

Het was natuurlijk ook zijn jaar. Als slachtoffer van de eerste verjongingsgolf bij AC Milan was hij vorige zomer zeer tegen z’n zin weggesaneerd uit San Siro, waarna de middenveldstrateeg zon op wraak. Die kreeg hij bij Juventus. Aan de hand van Pirlo won de Oude Dame de scudetto, de speler zelf kroonde zich tot koning van de assist in de Serie A. De wraak was zoet.

Geslepen 

Die strakke lijn zet hij in dienst van de Azzurri gewoon door. Ook nu begint bijna elke aanval bij hem. In het openingsduel met Spanje leverde hij de assist voor de goal van Antonio Di Natale, tegen Kroatië sloeg hij zelf toe uit een vrije trap en tegen Ierland nam hij de corner waaruit de openingsgoal van Antonio Cassano voortkwam.

En tegen Engeland zorgde hij er met z’n nu al legendarische chippenalty voor dat de Italianen in de strafschoppenserie bleven. Missers van Ashley Young en Ashley Cole bezegelden vervolgens het lot van de Engelsen. ‘Ach ja,’ twitterde Gary Lineker na de zoveelste penaltysof van z’n landgenoten, ‘nu kunnen we in ieder geval niet verliezen van de Duitsers.’

In het Duitse kamp zal de triomf van de Italianen met weinig enthousiasme zijn begroet. Het Engelse systeem stelt je nooit voor verrassingen, Italianen zijn meer geslepen, meer ontregelaars. Kunnen je het gevoel geven dat je de wedstrijd in handen hebt en dan toch toeslaan.

Prijzenhonger

De gedachten bij onze oosterburen zullen ongetwijfeld teruggaan naar juli 2006 toen dezelfde Italianen het zomersprookje van Jürgen Klinsmann en z’n manschappen verstoorden. Andrea Pirlo was erbij, zoals hij er altijd bij is. En één keer raden wie er in de 119e minuut van de halve finale de assist leverde op Fabio Grosso wiens goal een hele natie in rouw dompelde? Juist, Andrea Pirlo.

Een paar dagen later stond hij met de Wereldcup boven z’n hoofd. Een mooie aanvulling op een toch al uitpuilende prijzenkast vol met scudetto’s en Europacups.

Inmiddels is hij 33, maar z’n eerzucht is nog onverminderd groot, de prijzenhonger nog niet gestild. De Duitsers zijn gewaarschuwd.