BREDA - Bij Red Bull Fierste Ljepper begon het main event met de finales bij de vrouwen. Hoewel Dymphie van Rooijen hier favoriet was, wist Wendy Helmes voor het eerst de winst te pakken.

Door Lotte Kroon

“Het ging goed!”, zegt Helmes enthousiast. “Je hebt maar twee kansen om je te bewijzen, dus dat is wel lastig. De eerste keer ging ik nog heel scheef en de tweede keer ging ik gelukkig recht."

"Daarom heb ik mijn stok ietsjes schever in het water gezet, zodat ik daarna goed over het water kom. Er gaan er heel veel rechtsaf. Ik weet niet hoe dat komt, kan door de bodem van het water komen. Maar ja, het ging gelukkig goed toen ik dat eenmaal door had.”

Helmes zit goed in haar vel en hoopte dus al op de winst. In haar voorbereiding wilde ze dan ook geen steken laten vallen. “Je bent hier al vanaf acht uur ’s ochtends, omdat je dan de kwalificatie hebt”, zegt ze.

Foto: Lotte Kroon

“Ik ben dus wel de hele dag ermee bezig en je moet gewoon proberen om je concentratie te bewaren. Ik ben de laatste tijd wel goed in vorm. Ik heb in de winter hard getraind en ik wist dat ik kans maakte op de titel. Maar je moet het wel even doen, want je kan nooit van tevoren zeggen hoe het gaat.

Overigens verbeterde Helmes haar persoonlijk record met een afstand van 16.58 meter. “Dat is wel een persoonlijk record”, vertelt ze, “maar het is officieus omdat dit een ander soort wedstrijd is dan normaal.”

Deze prestatie deelde Helmes met haar moeder, die tijdens Fierste Ljepper de schansbegeleider is. Zij is degene die met alle deelnemers meeloopt en ze tijdens het springen coacht. Ook hier deed ze dat en zo leidde ze haar eigen dochter dus naar de overwinning.

Toch ziet Helmes dit niet als iets bijzonders. “Voor mij is het altijd al zo geweest. Mijn moeder beoefende deze sport vroeger ook en ik ben er in gerold door haar. Ik ben het dus wel gewend. Soms is het wel moeilijk, vooral toen ik nog een puber was hadden we het wel eens lastig. Dan stond je te ruziën op de schans. Nu gaat dat wel goed en het is eigenlijk wel leuk dat je dit kan delen.”

Foto: Lotte Kroon