Bert van Marwijk was nog trainer van Fortuna Sittard toen ik hem interviewde. Het klikte wel en toen hij was overgestapt naar het grote Feyenoord zei hij eens dat hij blij was dat we goed met elkaar overweg konden.

Door Remco Regterschot

Ik betwijfelde openlijk of dat zo bleef, in topvoetbal komt altijd een moment waarop een band tussen journalist en trainer (of speler) op de proef wordt gesteld. "Kan ik me niet voorstellen", zei Van Marwijk.

De geboren linksbuiten beweerde zelf dat hij liefhebber was van de Hollandse school, bij Feyenoord liet hij zich kennen als een oerdegelijke trainer die weinig frivoliteit toeliet. Nooit betrapte ik hem op een wissel die een wedstrijd deed kantelen (zeventigste minuut: flankaanvaller voor een flankaanvaller). Steeds vaker ook lag dat verongelijkte bromtoontje op de loer als er ergens een vraagtekentje bij werd geplaatst.

Het was winterstop, seizoen 2001/2002, Feyenoord was uitgeschakeld in de Champions League, maar mocht verder in het UEFA Cup-toernooi. De ervaren topschutter Pierre van Hooijdonk manifesteerde zich als a man on a mission.

Van Marwijk, die Van Hooijdonk al eens misplaatst op zijn plek zette tijdens een groepstraining, kon daar moeilijk mee omgaan. In de aanloop naar het uitduel met Glasgow Rangers maakte de oud-Celtic-spits stemming in de Schotse media.

Van Marwijk zag het aan met een grimas en vroeg wat ik daar nou van vond. "Als ik jou was, zou ik daar heel blij mee zijn", antwoordde ik, "hij neemt een groot deel van de druk op medespelers over." Van Marwijk: "Ik vind het maar niks."

Examen

Van Hooijdonk begon na verloop van tijd steeds vermoeider te zuchten als Van Marwijks naam viel en toen ook aanvoerder Paul Bosvelt en vice-aanvoerder Kees van Wonderen zich in toenemende mate stoorden aan hun coach ontstond een beeld waarin de drie bepalende spelers meer óndanks Van Marwijk historie schreven dan dánkzij hem.

Ik schreef een verhaal waarin ik dat beeld onderbouwde met als conclusie: Van Marwijk moet examen afleggen als topcoach.

Daar was het moment. Als door een adder gebeten meldde hij zich met een aantal door de perschef uit zijn verband gerukte passages. Venijnig antwoordde hij op mijn vraag of hij het volledige artikel wel goed had gelezen: "Nee."

Onze band verslechterde, Van Marwijk kon zich moeilijk over het verhaal heen zetten en in een gewapende vrede gingen de dragende spelers met hem verder. Op de avond van de wonderlijke UEFA Cup-winst feliciteerde ik hem.

Van Marwijk gaf een slap handje terug en gromde: "Ja, ja, dat zal wel." Van Hooijdonk schudde zijn hoofd. De trainer kreeg daarna het vertrouwen van de clubleiding. Bosvelt en Van Hooijdonk vertrokken, Van Wonderen leverde zijn aanvoerdersband in en Feyenoord gleed langzaam af. Ook onze wegen scheidden.

Ontluisterend

In de jaren die volgden, observeerde ik hem van een afstand en kreeg het idee dat hij zich bij Borussia Dortmund en Oranje alsnog ontwikkelde tot de onafhankelijke topcoach die boven alle partijen en de kritiek kan staan.

Na de ontluisterende nederlagen van Oranje tegen de Denen en de Duitsers echter, dacht ik: Bert is niet veel veranderd. De enige vraag die mij, zeker tot zondagavond laat nog rest: gaat hij ten onder met zijn eigen ideeën of toch nog met die van een ander?