Ik zou het kunnen hebben over de titelrace in de eredivisie. Die gaat na woensdagavond niet langer tussen zes ploegen, maar is nog altijd spannend.

Door Daan Smink

Die spanning vergoedt een boel, vooral dat het in voetballend opzicht eigenlijk maar een middelmatig seizoen is. Ook daar zou ik het over kunnen hebben; het gedaalde niveau van de eredivisie ten opzichte van de Europese topcompetities.

Maar ook dan zou dit een zuur stukkie worden en daar heeft u net als ik vast geen zin in. Bovendien was daarvoor AZ - FC Twente, waarvoor ik woensdagavond naar Alkmaar toog, een veel te vermakelijke wedstrijd.

Afweten

Ik genoot van Adam Maher, die op zijn achttiende al het voortouw neemt en maar blijft groeien bij AZ. Ik genoot van Luuk de Jong, die nog geen bal goed geraakt had en plots een klassegoal produceerde.

Ik genoot zelfs van Jozy Altidore, die er soms geen hout van lijkt te kunnen, maar zijn criticasters steeds vaker terechtwijst met doelpunten. Ik genoot van Leroy Fer, die af en toe slordig was maar aan de gehavende Twente-zijde voorop ging in de strijd.

Maar opvallend genoeg liet juist de AZ-speler van wie voetbalminnend Nederland dit jaar misschien wel het meeste genoot, het een klein beetje afweten tegen de Tukkers. Toch wil ik het even over Rasmus Elm hebben, in positieve zin.

Te makkelijk

Doordat de stille leider van AZ in de slotfase per brancard van het veld werd gedragen (de ernst van de blessure is op dit moment nog niet duidelijk), heeft hij als het een beetje tegenzit zijn laatste wedstrijd in Alkmaarse dienst al gespeeld.

Want als er naast Ajacied Jan Vertonghen nog een eredivisiespeler klaar is voor een grotere competitie, dan is dat de wel de fijnbesnaarde Zweed.

Dat hij tegen Twente niet zijn beste niveau haalde, was daarvan eerder de bevestiging dan de ontkrachting. Want Elm begint de laatste weken soms kenmerken te vertonen van een speler die het te gemakkelijk afgaat.

Dat kan je hem niet kwalijk nemen. Het gros van zijn middenveld-opponenten in de eredivisie verhoudt zich immers tot hem zoals de meeste Primera Division-middenvelders zich tot Xavi verhouden.

Combinatievoetbal

Het gevolg is dat Elm soms de bal net iets te lang bij zich houdt wanneer hij een man in zijn rug heeft; hij weet dat hij hem toch niet kwijtraakt. Ook kiest hij er net wat te vaak voor om zijn fluwelen lange trap met buitenkant rechtervoet te etaleren op het moment dat de situatie juist vraagt om een risicoloos balletje breed.

Het zijn tekenen van een speler die zelf ook begint te beseffen dat het tijd is om in een topcompetitie zijn plafond te gaan zoeken. Het liefst natuurlijk in een team dat het net zozeer van combinatievoetbal moet hebben als AZ - maar dan een tree hoger.

Lot

Woensdagavond heb ik daarom al voorzichtig afscheid genomen van zijn wonderwreef, die van een vrije schop haast een penalty maakt en van een corner een directe vrije trap. Van zijn telkens weer uitstekende wegdraaien bij zijn tegenstander, als ware hij werkelijk ogen in zijn achterhoofd heeft.

Van zijn intelligente samenspel met die andere twee creatieve middenvelders van AZ, Maarten Martens en Maher.

Toch wil ik om het waarschijnlijke vertrek van Elm niet te lang treuren. Het is het lot van de eredivisie. Liever koester ik het feit dat spelers als Elm nog steeds een paar jaar in die eredivisie nodig (menen te) hebben voordat ze naar een topcompetitie verdwijnen. Want anders vielen er echt uitsluitend zure stukjes te schrijven.