Hij doemde op, vorig week, tijdens de aanloop naar de finale van de E3 Prijs.

Ik zat in de ploegleidersauto van Project 1t4i (dat bestaat inmiddels niet meer, de ploeg heet sinds vrijdag Argos-Shimano) en daar zagen we de beroemde heuvel liggen, met haar kapel en het bekasseide veespoor over de Muur van Geraardsbergen dat volgens romantici naar de hemel leidt.

Geniet er maar van, dacht ik nog. Zondag zie je hem niet tijdens de Ronde van Vlaanderen. Toen ik er vorig jaar van hoorde was ik boos. De Muur geschrapt, wel non-de-jus. Ik zou daar uit protest gaan staan op 1 april. Bekijk het maar met je nieuwe parcours.

De Muur, afblijven, voor altijd omhoog blijven rijden, eeuwige koersen over dat pad. Ik zou daar gaan zitten, wachten op het niets. Misschien stiekem met een transistorradiootje, dat wel.

Maar ik doe het niet. Ik zie me daar al staan zeg, samen met die mannen met baarden en hun pruttelende speeksel in de mondhoeken, en een Belgisch bier in hun knuisten.

Fulminerend - hele gedichten citerend of in aangeschoten toestand lange strofen van gistende dichters uitkramen - al kwezelend over de waanzin van een organisatie die het parcours heeft durven verleggen. Mij niet gezien.

Ik maak me uit de voeten. We moeten door mensen. De Muur was schitterend en dat blijft hij, de Muur is voor altijd de Muur. De Muur wordt er wat mij betreft alleen maar mooier door. Van die achtergelaten racecircuits bekoren mij meer dan nieuwe racebanen.

Voordelen

Er zitten echt voordelen aan die nieuwe opzet van de Ronde van Vlaanderen. Als de Ronde meer geld oplevert op deze manier, houdt dat wellicht in dat Flanders Classics - de overkoepelende organisatie van veel Vlaamse wedstrijden - andere koersen in stand kan houden, koersen die het economisch lastig hebben of straks zullen krijgen. Die kunnen met het in de Ronde verdiende geld in leven blijven.

“Je moet blijven groeien”, zei ploegleider Rudie Kemna terwijl we wachtten aan de achterzijde van het monument terwijl de renners richting de kapel klommen. Hij had me overtuigd met de functie van grote koersen als reddingsboei voor kleine koersen. Kemna: “Doodvallen lijkt me niet goed.”

Hij wilde niet zeggen dat hij het noodzakelijk vond, maar als we nooit zouden veranderen, reden we rond zoals ze in 1900 ook deden. Ultralange koersen, nauwelijks een ploegleidersauto, tubes om je nek, stofbril op. Kemna: “Wielersport die stilstaat, vind ik niet goed.”

Schitterend parcours

Ook Karsten Kroon, die ik deze week sprak, vertelde van een schitterend parcours dat hij de laatste dagen had verkend en hij repte over ‘het concept van de toekomst’.

Criteriums zijn volgens de kopman van Saxo Bank de oplossing voor de problemen van nu; publiekscontrole en veiligheid voor de renners. Parcoursen dus zoals op WK’s, van die afgesloten rondjes. “Je kunt er ook vaste camera’s neerzetten”, zei Kroon.

Over de finale, die rondes, zei hij: “Het oude parcours was al loodzwaar, maar dit, tja…” Kroon vond het maar moeilijk in te schatten, zei hij, maar de kopgroep die in de nieuwe finishplaats Oudenaarde zal arriveren, zal niet groter zijn dan vier man, schatte Kroon. Drie keer de combi Patersberg-Kwaremont gaat lijven slopen.

Over dat nieuwe concept zei Kroon dat evolutie niet tegen te houden is, dat er meer euro’s verdiend kunnen worden en daarmee het wielrennen op een hoger niveau getild kan worden. “Of het beter is laat ik in het midden”, zei Kroon. “Voor mij hoeft het niet.”

Visie

Het is alleen wel aan te bevelen, vind ik. Het wielrennen moet het hebben van koerseigenaren die durven te innoveren, die een visie hebben. Van de internationale wielerbond hoeft het wielrennen niets te verwachten en de ploegen staren vooral naar hun navel, druk als ze bezig zijn met zichzelf.

Het is daarom aan de organisaties de richting voor het wielrennen aan te geven. En als dat ten koste van de Muur gaat, dan is dat dus maar zo.