Het was aandoenlijk en begrijpelijk tegelijk. Dirk Kuijt huurde nog net geen rondvaartboot af voor een tochtje over de Mersey, maar verder was de international van Liverpool in alle staten over het winnen van zoiets triviaals als een League Cup.

Een toernooi waar alle Engelse topteams tot en met de halve finale hun B-keus aan mee laten doen, maar dat leek de immer enthousiaste Katwijker niet te deren.

Net zoals een denigrerende tweet van ‘Mario Balotelli’ die (al was het niet de spits van Manchester City zelf) het winnen van de trofee vergeleek met ‘zes jaar single zijn en dan thuiskomen met Susan Boyle’, geen enkele invloed had op de feestvreugde.

Alsof Kuijt de wereldbeker en Champions League tegelijk had veroverd, in plaats van een tweedehands trofee tegen een B-tegenstander (Cardiff City) die maar ternauwernood na strafschoppen bedwongen kon worden.

De zucht naar zilverwaar zit diep bij onze internationals, zeker na het mislopen van de wereldtitel in 2010. Ze spelen allemaal bij mooie clubs, hebben best aardige loopbanen, maar de prijzenkasten nemen thuis niet al te veel ruimte in. Het verklaart de vreugde bij Kuijt die voor het laatst met een trofee in z’n handen stond toen Geert Wilders nog moslimvrienden had.

Stevige discussies

De situatie van de Liverpool-lieveling is illustratief voor de internationals die het vanavond op een volgepakt Wembley opnemen tegen Engeland. Net als de 31-jarige aanvaller spelen ze lang niet alle wedstrijden dit seizoen, zijn ze onderwerp van stevige discussies (Sneijder, Robben) of voelen ze om de haverklap lichtere (Van der Vaart, Van der Wiel) of zwaardere (Afellay, Pieters) pijnen.

Het lijkt er sterk op dat Oranje in een postWKale depressie verkeert. Er hangt iets van somberheid rond het elftal, treffend geïllustreerd door het nieuwe zwarte uitshirt. Opeens behoort het Nederlands elftal niet meer tot de favorieten voor de eindzege op het EK, maar heeft het een dark horse (zie wederom het uittenue) status aangemeten gekregen, een rol als outsider.

De euforie is gaan liggen, zeker na de oorwassing tegen Duitsland. De laatste goede interland is al uit het collectieve geheugen gewist, ik moest zelf ook even terugbladeren in de Oranjeannalen. In september werd nog vrij probleemloos van Finland gewonnen, daarna volgde een moeizame 1-0 tegen Moldavië, een nederlaag tegen Zweden, een weinig verheffende remise tegen Zwitserland en dus die afdroogpartij tegen Duitsland.

In Hamburg was er nog het excuus voorhanden van ontbrekende bepalende internationals (Robben, Van Persie, Van der Vaart), woensdagavond is op Van der Vaart, Van der Wiel en Afellay na iedereen aanwezig. Bondscoach Van Marwijk repte over het hervinden van de WK-vorm, hij mag al blij zijn als Oranje overeind blijft tegen het Engeland van debuterend bondscoach Stuart Pearce.

The Artist

Gelukkig zijn er ook nog uitzonderingen. Robin van Persie en Klaas-Jan Huntelaar maken het beste seizoen uit hun carrière door.

Van Persie is als de hoofdpersoon in de Oscarwinnende film The Artist, een lichtvoetige artiest uit een zwartwit-verleden voor wie oorspronkelijke deugden als clubliefde en -trouw nog vanzelfsprekend zijn en zich afvraagt of hij elders wel een kleurrijke toekomst tegemoet gaat. Huntelaar laat bijna wekelijks bij Schalke 04 zien dat hij in het Ruhrgebied beter op z’n plaats is dan in mondaine steden als Madrid en Milaan.

Maar, dat zul je dan net weer zien, beide goalgetters opstellen kan in dit Oranje niet. Dat Van Marwijk normaal gesproken kiest voor Van Persie in de punt van de aanval is geen verrassing. Ook toen de spits van Arsenal in een minder blakende vorm verkeerde, tijdens het WK van 2010, koos de trainer voor hem.

Misschien kunnen de rollen nu omgedraaid worden. Dat de rest van het elftal zich optrekt aan Van Persie in plaats van andersom. Dit Oranje kan een oppepper best gebruiken.