AMSTERDAM - Het doorgaans zo enthousiaste Oranjelegioen liet zich vrijdag in de oefenwedstrijd tegen Zwitserland (0-0) van zijn meest kritische kant zien.

De spelers van het Nederlands elftal, doorgaans luid bejubeld, hoorden hoe de bijna 50.000 toeschouwers in de Amsterdam Arena in de tweede helft hun vingers stuk floten. ''Dat kritische publiek hebben we denk ik zelf veroorzaakt'', concludeerde Joris Mathijsen.

In de bijna perfecte EK-kwalificatiereeks verwende Oranje het publiek namelijk meestal met leuke wedstrijden en veel doelpunten. ''Dan kan het toch wel eens gebeuren dat we zo'n pot spelen?'', vroeg Wesley Sneijder zich openlijk af.

''Ik heb weinig geklap gehoord vanavond. We weten allemaal wat er goed en fout ging, hoewel het meer fout dan goed was. Dit moeten we gewoon meenemen naar de wedstrijd van dinsdag.''

Verwend

Zonder het met zoveel woorden te zeggen, liet Mathijsen weten het publiek een beetje verwend te vinden. ''We waren al zo lang ongeslagen. Dan kan zo'n mindere wedstrijd er wel eens tussen zitten toch? Als er geen doelpunten vallen, is het voor het publiek vaak saai. Dat lieten ze blijken ook.''

''Voor mijn gevoel hebben we 100 procent gegeven, dan zat er blijkbaar niet meer in. Ik zeg maar zo: beter nu dan van de zomer op het EK. Dan moeten we namelijk pieken, dan moet het gebeuren.''

Heftiger

Ook Nigel de Jong had moeite begrip op te brengen voor de fluitconcerten, die in de loop van de tweede helft alleen maar heftiger werden. ''Dat ze gaan reageren als we niet goed voetballen, hoort er een beetje bij. Maar om ons dan uit te gaan fluiten, is ook weer een tweede. We speelden met een hele andere formatie dan normaal, dan kan dit gebeuren. Bovendien: het was maar een oefenduel en geen kwalificatiewedstrijd.''

Ryan Babel verwoordde het gevoel dat bij Oranje leefde kort maar krachtig: ''Blijkbaar verwachten ze dat we altijd goed spelen''.