De bondscoach van de wielrenners had natuurlijk gelijk en, inderdaad, wat moest hij ook anders?

Ja, sprinter Theo Bos had hij kunnen meenemen naar de WK, maar Bos had hem niet kunnen overtuigen, net zomin als Kenny van Hummel en Stefan van Dijk.

Weinig sprinters van topklasse had hij gezien en daarom luidde het devies van Leo van Vliet: vrijbuiters meenemen, ja toch, niet dan?

Te vlak

Nederland is een serieus wielerland, met serieuze renners voor elk algemeen klassement en jongens die overweg zouden moeten kunnen in de voorjaarsklassiekers. Maar echte sprinters van wereldniveau, die zijn er op het moment even niet.

Dus ga je eens in de zoveel jaar naar een WK waar je van tevoren weet dat je er nauwelijks iets kunt uitrichten, omdat het parcours te vlak is. Pijnlijk, jammer én helaas, maar de harde realiteit. Kijkend naar de omhooglopende weg richting de finish in het dorpje Virum, was het duidelijk dat dit een eindtraject was voor mannen met berenmacht.

En die renners, die zijn in Nederland opmerkelijk genoeg niet voorradig. Vreemd genoeg hebben we tegenwoordig vooral weer goede klimmers, van die lange dunne mannen, zoals Wout Poels. Die ging dus ook mee naar Kopenhagen.

Geïrriteerd

Van Vliet was zondagmorgen in de binnenstad van Kopenhagen voor de start nog steeds een beetje geïrriteerd door de vele vragen over zijn selectie: “Ik heb de beste renners meegenomen", zei hij. “Moet ik dan de winnaar van de Ster van Zwolle meenemen?”

Voor wie het niet meer weet, dat was Barry Markus, uit Hoofddorp.

“De snelheid gaat hoog worden", zei Van Vliet over de dag die voor hem lag. “En het gaat om de lange adem, en dat verhaal van die klimmers van ons…. Dit zijn gewoon de beste renners die wij hebben en wees blij dat ze kunnen klimmen. Ja, toch? Ik vind het zo’n shit. Zeggen ze: ‘Hij neemt klimmers mee!’ Nee, dit zijn gewoon de beste jongens die we hebben.”

Ligthart

Zijn beste renner stond aan het einde van de dag uiteindelijk op plaats 21: Pim Ligthart, de Nederlands kampioen. Achter Grega Bole en voor Aleksejs Saramontis, op geruime afstand van winnaar Mark Cavendish. Jammer én helaas.

De winnaar vertelde een uur na zijn zege het verhaal van de sprint en daarin was een rolletje weggelegd voor een Nederlander, Lars Boom. Want uit dat wiel kwam Cavendish: Boems wheel. Boom voelde zich super, maar haalde het ondanks een manmoedige poging niet - bij lange na niet trouwens - en hij kwam als 29ste over de streep, Nederlander nummer twee.

Nederland had verder weinig ingebracht, en dat was tegenvallend. Je kunt jezelf weinig kansen toedichten, maar als er dan een ontsnapping is, zorg dan dat je iemand mee hebt, niet? Of het liefst een paar, zoals de Belgen en Fransen.

Aandoenlijk

Die probeerden nog de Britse trein te ontregelen, leeg te rijden, af te matten. En natuurlijk, zo’n nutteloze, kansloze, hopeloze poging van de Deense troef Lars Bak is vooral aandoenlijk, maar wat moet je dan? Meerijden en niets doen? Een rondrijdende cijfercombinatie zijn?

Dat lijkt me nog altijd erger dan dat je van jezelf een voetnoot probeert te maken. Of zoals Van Vliet vooraf zei: “Als je aanvallen niets vindt, moet je ook niet gaan rijden. We gaan dus wel meedoen, want als je er niet bij bent, heb je niets te zeggen.”

Na de finish vertelde Van Vliet dat Nederland zich maar moest gaan richten op 2012. “Voor dat parcours hebben we wel de renners.” Dat parcours ligt in Limburg.

Onzichtbaar

En die constatering deed toch een beetje pijn. Jammer én helaas? Jazeker, maar het was niet nodig geweest, zo onzichtbaar.

Gelukkig is dat volgend jaar vast anders, al is het maar omdat er dan vast een renner is in een oranje shirt die de rol van Bak op zich neemt en zich voor het uitzinnige thuispubliek leeg rijdt. Hoe kansloos die missie dan ook zal zijn.