Voor het eerst sinds Max van Heeswijk in 2004 pakte een Nederlander de leiderstrui in de Vuelta a España. De wijze waarop laat geen twijfel voor de toekomst: Bauke Mollema is een winnaar.

Bauke Mollema reed op La Covatilla als een volleerd waaierrijder in het zog van Bradley Wiggins de steile, winderige berg op.

Hij had nog genoeg strijdlust over om in de sprint tweede te worden, twaalf seconden bonificatie te pakken en tot ieders verbazing de rode leiderstrui omgehangen te krijgen.

Niet Robert Gesink, maar Bauke Mollema pakt zo als eerste beloftevolle jongeling de leiderstrui in een grote ronde. Logisch, eigenlijk, als je erover nadenkt. De Groninger is namelijk een echte coureur. Iemand die in wedstrijden meer kan dan in de training.

Schoolboeken

Bauke Mollema stampte als klein jongetje keer op keer van zijn woonplaats Zuidhorn door het vlakke Groningse land naar school in de stad Groningen. Twaalf kilometer heen. En twaalf kilometer terug. Elke dag. Door weer en wind. Met een tas vol schoolboeken achterop.

Daar leerde hij de beginselen van het koersen. Tegenwind was geen excuus voor te laat komen, dan moest hij gewoon harder trappen.

Mollema begon pas laat met wielrennen. Kwam hij daar aangereden op z’n paars-roze Koga met ligstuur. De achttienjarigen tegen wie hij het moest opnemen wisten wel raad met dat ‘gekke’ ventje. Hij kon wel hard fietsen, maar deze jongens wisten al jaren wat koersen was. Zaten gewoon in zijn wiel, om hem op de streep te kloppen. Gelachen dat ze hebben.

Maar Bauke leerde snel en doorgrondde in de waaiers op de dijken razend snel het spelletje dat wielrennen uiteindelijk is. Als iedereen ongeveer even sterk is, komt het op tactisch inzicht aan. Hij speelde het spelletje mee en als het echt zwaar werd, kon niemand hèm volgen.

Zoetemelk

Het gebogen lijf van Mollema doet in de verte denken aan Joop Zoetemelk. Ook die zat altijd gekromd. Handen bovenop het stuur. Het verschil is dat Mollema met o-benen fietst. Dat komt vast door de poncho die hij vroeger droeg als het weer eens regende tussen Zuidhorn en Groningen.

Die poncho wapperde altijd naar beneden en sloeg dan hinderlijk tegen de bovenbenen. Dan maar de knieën wijduit tijdens het trappen. Het is er nooit meer uitgegaan.

Ook Mollema is wars van poespas en sterallures. Zoals hij daar zondag stond, in het middelpunt van de belangstelling. Tussen kussende modellen die hem vroeger in de klas geen blik waardig zouden hebben gekeurd. Hij stond te glimlachen op dat podium, maar was tegelijkertijd zo onaangedaan als de zuilen van de stoïcijnen.

Hij dacht al weer aan die heerlijke stamppot die straks zou worden opgediend door de eigen koks van de Rabobank-ploeg. Als het hard regent trekt hij zo die poncho weer aan, kan hem het schelen hoe dat eruit ziet. Mollema is net als Zoetemelk zo’n typische uit de klei getrokken Hollander die je ‘de kop niet gek maakt’.

Tijdrit

En dat is nodig ook, want reken maar dat de druk groot is, maandag aan de start van de tijdrit. Daar rond Salamanca moet Mollema zijn status als klassementsrenner bevestigen. Dat komt goed. Rustig aan.

Ook in de tijdrit heeft Mollema zijn tanden gezet. Met de Rabobank-ploeg heeft hij in de winter hard gewerkt om zijn tijdrit te verbeteren. In Parijs-Nice eerder dit jaar, toen het om de prijzen ging, liet hij zien dat hij op dat onderdeel grote vorderingen heeft gemaakt.

Tussen de poncho en de rode leiderstrui zit net aan zes jaar. De snelle leerling werd al vierde, derde en tweede in deze Vuelta. En hij staat eerste. Het spelletje begint hij nu ook op topniveau te snappen.

Deze Vuelta komt vast nog te vroeg voor een eindzege. Maar als hij lekker z’n ding kan blijven doen, z’n poncho dragen wanneer hij dat wil, dan gaan we nog lang van hem genieten.