De tijd dat Michael Phelps met zijn rug tegen de kant fluitend zijn nagels kon inspecteren voordat de rest aantikte, is voorbij. Na de finale op de 200 meter vrije slag bij de WK in Shanghai klonk weer gewoon het Amerikaanse volkslied, maar het was niet voor hem.

Zijn maatje Ryan Lochte, die hij in het verleden zo’n beetje zonder badmuts en brilletje op versloeg, was hem nu te snel af.

Phelps heeft thuis veertien gouden olympische medailles liggen, gewonnen tijdens twee Olympische Spelen. Hij is de grootste olympiër ooit en hij won op WK’s sinds 2001 liefst 22 maal goud.

Dan is zilver natuurlijk helemaal niks. En als je dan verliest van een landgenoot is het helemaal pijnlijk.

De weg kwijt

Toch waren Phelps en zijn coach Bob Bowman aan het einde van de dag dik tevreden. En het was niet eens gespeeld. Na de vorige WK in Rome is Phelps flink de weg kwijt geweest. Motivatieproblemen. Natuurlijk ook weer niet zo gek als je alle zwemrecords hebt gebroken die er zijn.

Hij lag liever op het strand dan in het zwembad. En als je niet traint, zes maanden er zelfs helemaal tussenuit gaat, word je geklopt. Zelfs als je Michael Phelps heet. Het overkwam hem de afgelopen twee jaar geregeld, hij was ineens maar een gewone krabbelaar. “Best bijzonder wat er met je gebeurt als je niet traint”, grapte hij.

Hij heeft alles wat een mens zich wensen kan, maar toch moest hij op zoek naar zichzelf. Een klein jaar geleden kwam aan die speurtocht een einde. Hij besloot er toch maar weer voor te gaan. Londen moet zijn laatste kunstje worden. Op zijn 27ste gaat hij daarna met de vut.

Federer

Maar de rest heeft dus niet stilgezeten, terwijl hij de bloemetjes aan het buiten zetten was. Phelps heeft de hele wereld de ogen geopend in de tijd dat hij regeerde. De concurrentie is harder gaan trainen, nog meer voor de sport gaan leven. Zoals je dat in veel andere sporten hebt gezien waar iemand zo de toon zette.

Denk aan Roger Federer, zijn concurrenten hebben keihard gewerkt. Het duurde een paar jaar, maar toen kregen ze hem te pakken. Golfer Tiger Woods, hetzelfde verhaal. Al gooide die natuurlijk ook zijn eigen glazen in met het gerotzooi buiten de deur.

Phelps is het die maatje Lochte wakker schudde. Dat gebeurde al tijdens de Spelen in Beijing, bekende hij. Hij wilde ook eens zelf winnen, nadat hij altijd met zilver of brons genoegen moest nemen in races waar hij zijn oppermachtige landgenoot tegen kwam.

Lochte ging naar de kapper, nam een ander kapsel. Maar belangrijker, hij gooide zijn oude gewoontes over boord. Geen fastfood meer, maar op dieet. Nog harder trainen dan hij al deed. Het helpt. Hij durft nu de concurrentie vol aan met Phelps. Voor het eerst deed hij op een WK mee aan de 200 vrij, meteen won hij.

IJkpunt

Phelps zei tevreden te zijn met zijn tijd. Tijden, dat is waar hij dit jaar op let. Voor dit moment zijn die goed. Maar het moet en het kan nog veel harder, zei hij. Maar ja, dat dachten Paul Biedermann, Tae Hwan Park en Yannick Agnel ook. Op de 200 vrij eindigden vijf man in de 1.44. En allemaal zeiden ze dat ze tevreden waren. Shanghai is slechts een ijkpunt op weg naar de Spelen in Londen.

Ook Phelps riep het. “Ik doe weer mee, de tijd dat ik aanrommelde en dat ik werd weggezwommen is voorbij.” Hij zei dat hij zich mentaal op z’n best voelde sinds drie jaar terug in Beijing, waar hij dus acht maal goud won. Vol goede moed gaat hij het laatste jaar van zijn carrière in. Medailles zijn nu niet belangrijk, volgend jaar pas weer.

Wat in China duidelijk wordt, is dat hij weer een van de mensen is. Zijn carrière is al geslaagd, daar verandert niks en niemand nog iets aan. Maar als hij over dertien maanden afscheid wil nemen met een knal, moet hij nog flink aan de bak.