Huilende mannen. Ik kan er niet zo goed tegen. En het maakt me niet uit wat de reden van de tranen is. Geluk, pech, verdriet, woede; de man die het vocht uit zijn ogen laat stromen, kan me zo wegdragen.

Toen ik Johnny Hoogerland gisteren op het podium zag huilen, hield ik het dus zelf ook bijna niet droog. Gelukkig zat ik thuis op de bank en hoefde ik Johnny niet live in zijn betraande ogen te kijken ondertussen Zeer Serieuze Journalistieke Vragen stellend.

Was ik in Frankrijk geweest, dan waren de tranen van Johnny met stip op één mijn persoonlijke tranen-top-drie binnen gekomen. Nu blijft die top drie er als volgt uit zien:

1. Karsten Kroon (2002),
2. Alberto Contador (2010),
3. Mark Cavendish (2010).

Wat kan ik zeggen, 2010 was tranendaltechnisch nu eenmaal een goed jaar.

Patser

Cavendish omdat hij zo aaibaar en, laat ik het maar gewoon zeggen, zo menselijk leek toen hij na zijn eerste ritzege in Montargis op het podium de bloemen in ontvangst nam. En in onhandig, heftig gesnik uitbarstte.

De anders zo patserige Cav legde uit dat hij zichzelf op een voetstuk had gezet, dat zijn critici dus terecht kwaad over hem hadden gesproken, maar dat hij daardoor de maanden voor de Tour in een hel had geleefd. Ik nam het allemaal voor waar aan en voelde zowaar medelijden.

Masker

Ook Contador vond ik plots muy sympatico toen hij zijn uit steen gehouwen masker liet vallen na de afsluitende tijdrit in Pauillac. Hij had zo ontzettend hard gewerkt deze Tour, zijn derde die hij in het geel afsloot. Zó hard!

En dan nog leek het er op het laatste moment even op dat zijn rivaal Andy Schleck zou winnen. Genoeg spanning en bijna-drama om van de anders zo koele Contador een kinderlijk snotterend ventje te maken. Ik smolt.

Belofte

En Kroon, ja, hij hád echt iets om over te janken op dat podium in Plouay. Een vriendin van hem was een paar dagen eerder overleden, aan haar vriend had hij beloofd dat hij een rit voor hem zou winnen. Dat de bloemen voor hem zouden zijn. Een verhaal dat geen verdere uitleg nodig heeft, lijkt mij.

Enfin, en nu zijn er dus de tranen van Johnny. Ik ben blij dat hij überhaupt op het podium kón staan om daar een potje te brullen.