Het had in België de hele dag onafgebroken geregend, de lucht was af en toe zwart. De renners die na ruim vijf uur ploeteren aan de streep waren geraakt keken na het passeren van de streep van de Omloop Het Nieuwsblad gedesoriënteerd in de rondte.

Ze waren slechts in staat een paar woorden te stamelen. Er waren er bij die echt niet meer wisten waar op aarde ze zich bevonden. Het Duitse talent van HTC High Road stond ergens bij een tent om zich heen te kijken. Hij had geen idee meer. Tot meer was John Degenkolb niet in staat. Hij leek op een doorweekte kruising tussen Forrest Gump en Dick Trom. Twaalfde geworden.

Maarten Tjallingii kwam even later als 32ste aan. Hij hoorde wie er had gewonnen en vroeg toen om een blikje Fanta. Hij stierf van de dorst. "Zei ik toch vooraf", lispelde hij daarna. Hij had voorspeld dat deze koers seizoenszege nummer tien zou opleveren voor Rabobank.

Tjallingii kon verder amper een woord uitbrengen, was nauwelijks in staat van zijn fiets te komen en toen het hem eenmaal was gelukt los te geraken van de klikpedalen wankelde hij tegen de oranje touringcar op. Hij viel bijna om.

Vroeger

32ste. Terugdenkend aan vroeger (de dagen waar er in de koers veel misging als je voor Nederland was) was het denkbaar dat je met een 32ste plaats een van de eerste Nederlanders was. Nog maar een paar jaar geleden was ene Floris Goesinnen in Parijs-Roubaix de beste Nederlander: 31ste. Maar zaterdag in Gent was Tjallingii na Sebastian Langeveld (1), Niki Terpstra (6), Martijn Maaskant (7), Lars Boom (10) en Tom Stamsnijder (26) de zesde landgenoot.

Langevelds overwinning was al de tiende van de Raboploeg dit seizoen. Op zich eigenlijk helemaal niet vreemd als je de zegetocht met iets meer nauwkeurigheid bekijkt. De renners die voor de winst zorgden zijn geen prutsers. Oscar Freire won twee ritten in de Ruta del Sol, maar in het voorseizoen winnen doet hij elk jaar wel eens een paar keer, ergens in Zuid-Europa.

Boom (dit jaar in Qatar de snelste in de proloog) won vorig jaar de eerste korte tijdrit van Parijs-Nice en Theo Bos sprintte begin 2010 ook twee keer als snelste naar de witte streep, net als dit jaar. Alleen reed hij toen voor Cervélo. En Langeveld had in 2009 ook al in Gent kunnen winnen als zijn ploeg zijn kansen niet om zeep geholpen had omdat ploeggenoten achter hem aan gingen rijden.

Mentaliteit

Het grote verschil met de jaren voordien is een verandering in de mentaliteit, een op zichzelf relatief kleine aanpassing. Het gaat in het wielrennen niet om het meedoen. Of nog erger, de koers te kleuren. Laat dat lekker aan huisschilders of toeschouwers over, of aan kleine ploegen. Het gaat om winnen.

Tegen Lars Boom (die vorig jaar wat vroeg onrustig werd in de Omloop) werd gezegd dat hij beter iets langer kan wachten voordat hij de aanval zou kiezen, vertelde teammanager Harold Knebel na de finish in Gent. En Langeveld kreeg al tijdens het WK in Geelong van de bondscoaches op het hart gedrukt niet naar de koers te kijken alsof hij thuis op de bank zat voor de televisie. Als je goed bent, dan ga je voor de winst.

Dat weet Robert Gesink ook. Geen koersen meer om in vorm te komen als het primaire doel, maar aan de start staan en willen winnen. Zo koers je, zo jaag je schrik aan. Gesink deed het vorig jaar al zo in Montréal met een solo naar de finish en in Oman won hij de tijdrit, de rit met aankomst bergop en het eindklassement.

Besmettelijk

De mentaliteitsverandering heeft voor een ploeg gezorgd waarin de spirit zich heeft genesteld. Winnen is besmettelijk en het geloof iets ongrijpbaars (behalve als je het voelt).

Het resultaat is een formatie die beter koerst dan ooit in haar geschiedenis. Eindelijk wordt de belofte van het ruime budget (ongeveer 15 miljoen euro per jaar) ingelost, en dan te bedenken dat de echte grote eendagskoersen nog gereden moeten worden: Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik.

Uit Spanje kwam later die zaterdagavond een bericht. 'Ploegske mooi hè!!!'