Andy Murray had een imagoprobleem en daar moest wat aan gebeuren. Alleen schitteren op de baan was niet langer voldoende, het moest er ook naast gebeuren, sijpelde twee jaar geleden door toen hij het ABN AMRO World Tennis Tournament won.

De mannen achter tv-programma X Factor en degene die de Spice Girls op de kaart had gezet werd ingehuurd. Tot hun cliënten behoorde ook David Beckham.

Weg met die chagrijnige blik. De soms ongenuanceerde antwoorden, waaruit een hoop irritatie doorklonk, zouden verleden tijd zijn. De opgepimpte Murray moest Beckham achterna en zou voortaan fluitend door het leven gaan. Dan zou heel Groot-Brittannië, en dus niet alleen Schotland, hem omarmen.

Moeder

Twee jaar later is er nog niet veel veranderd rond Murray. Zijn moeder heeft nog altijd een dikke vinger in de pap en een stempel als moederskindje doet het niet heel goed. Hij heeft nog steeds geen beroemde zangeres of actrice weten te schaken die voor hem wil juichen op de tribune.

Zijn kapper is nog altijd ziek. Om nog maar te zwijgen over de blik in zijn ogen, het gezucht voor hij antwoord geeft. De persconferentie in Rotterdam voor zijn eerste partij bezocht hij in een dikke jas, waarin hij zich probeerde te verstoppen.

Spice Boy

Andy Murray is nog lang geen Spice Boy. Sterker, wie naar hem kijkt denkt dat het leven als tennisser een straf is. Leuk is ook anders als alle hoop van een smachtend land op je schouders rust. Vraag dat maar aan zijn voorganger Tim Henman.

Die werd het hele jaar door achtervolgd door journalisten die hem overal ter wereld vroegen hoe het met zijn vorm stond, met betrekking tot Wimbledon. Zelfs Gentleman Tim werd er soms wat kribbig van als hij die Engelse meneren met hun kladblokjes in Timboektoe de perstent binnen zag lopen. Nooit rust.

Frustratie

Nu is Murray dus aan de beurt. Het feit dat er al 75 jaar geen Britse winnaar meer is geweest bij een van de Grand Slam-toernooien doet zich voelen in het Verenigd Koninkrijk. Laat dan in vredesnaam een recalcitrante Schot die schande maar wegwerken, denken de Engelsen.

Murray stond drie keer in de finale van een Grand Slam-toernooi, maar slaagde er nog niet in er een te winnen. Bij de Australian Open van vorige maand verloor hij van Novak Djokovic en de frustratie was van zijn gezicht te scheppen. Weer niet, dacht hij. Weer niet, dachten de miljoenen Britten hoofdschuddend. En dat wist hij.

Stil

Kranten kopen doet hij niet. En wat er in de tabloids staat moeten we niet geloven, zei hij in Rotterdam. Hij zei dat hij de nederlaag in Melbourne al had verwerkt en dat hij tevreden was over zijn goede start van het seizoen. Dat hij gezakt is naar plaats vijf op de wereldranglijst vond hij niet erg. Hij zei niet naar de ranking te kijken.

Heel overtuigend klonk het allemaal niet. Natuurlijk weet hij dat er aan zijn geestelijke gesteldheid en begeleiding wordt getwijfeld door de Britse journalisten. Natuurlijk zit het diep dat hij niet won in Melbourne, al was het alleen al om de pers even stil te krijgen.

Chagrijnig

De druk is immens. Op de baan afrekenen met mannen als Rafael Nadal, Roger Federer en Novak Djokovic is al een immense opgave, laat staan als ze in jouw geboorteland ook nog verwachten dat je hen naast de baan naar de kroon steekt.

Een beetje medelijden krijg je wel met Murray, die vanavond in Rotterdam tegen Marcos Baghdatis zijn eerste partij speelt sinds de verloren Australian Open-finale. Een heel land dat voor hem aan de touwtjes wil trekken. Om moedeloos, nee, strontchagrijnig van te worden.