POZNAN - Bondscoach Joost van Geel van de Nederlandse zaalhockeysters wil met zijn team in elk geval de laatste vier halen bij het wereldkampioenschap in Poznan, dat dinsdag begint. ''Wat er daarna gebeurt, is nu nog een beetje de ver-van-mijn-bed-show'', liet de sportdirecteur van de Groningse universiteit maandag vanuit Polen weten.

''Een medaille zou de kers op de taart betekenen. Maar we richten ons eerst op kwalificatie voor de halve finales. Daarna begint het toernooi opnieuw.''

Oranje is titelverdediger bij de vrouwen, na de verrassende triomf in 2007 in Leipzig onder leiding van de toenmalige bondscoach Herman Kruis. Van dat kampioensteam zijn Belle van Meer, Marieke Dijkstra (beiden Kampong), Leonoor Voskamp en Jolanda Plijter (beiden KZ) in Poznan opnieuw van de partij. Het viertal heeft als international op het veld eveneens enige ervaring.

''Maar ik vind niet dat we nu de grote favoriet zijn'', zei Van Geel, oud-coach van de vrouwenploeg van Kampong. ''Dat is Duitsland. Die ploeg heeft zoveel kwaliteit en ervaring. Speelsters als Natascha Keller en Fanny Rinner hebben samen al zo'n vijfhonderd interlands gespeeld. Dat is meer dan mijn hele ploeg bij elkaar.''

Eigen niveau

Van Geel: ''De kracht van de andere teams valt moeilijk in te schatten, omdat de samenstelling nogal snel verandert in het zaalhockey. In technisch opzicht zijn wij zeker niet de beste ploeg, maar op tactisch en fysiek gebied staan we er prima voor. Als we ons eigen niveau bij het WK halen, ben ik tevreden.''

Op het mentale vlak zit het volgens Van Geel in zijn selectie van twaalf vrouwen ook wel goed. Een bevestiging daarvan kreeg hij tijdens de voorbereidingsperiode op het WK waarin hij zijn volgelingen een heuse politietraining liet ondergaan. De zaalhockeysters kregen een spoedcursus bij een peloton van de Mobiele Eenheid om de onderlinge verhoudingen te versterken.

Ketting

''Een ketting is nu eenmaal zo sterk als de zwakste schakel'', lichtte Van Geel toe. ''Mijn speelsters moeten elkaar opvangen en elkaar staande houden, vooral in defensief opzicht. Ze moeten bij het WK gezamenlijk presteren onder druk. De kunst daarbij is om de gemaakte afspraken na te komen en de eigen kwaliteiten te benutten. Op die trainingsdag bij de ME zag ik dat mijn speelsters weten wat de bedoeling is.''

Van Geel is sinds 2008 werkzaam als bondscoach van de zaalhockeysters, die voornamelijk in de wintermaanden actief zijn. Na het WK praat hij met technisch directeur Bert Bunnik over een mogelijke verlenging van zijn contract.

''Als het aan mij ligt, ga ik door. Ik kan deze baan goed naast mijn universiteitswerk doen. Bovendien zit het zaalhockey in de lift. Het is een leuke, snelle sport in een behaaglijke omgeving. Het is ook prima te combineren met veldhockey. Het versterkt elkaar zelfs.''