ARNHEM - Bart Zijlstra, directeur Sport van het ministerie van VWS, kon maandag bij de discussie over topsport en geld op Papendal onmogelijk aangeven of 'de politiek' de komende jaren miljoenen extra aan topsport wil besteden.

''De vraag aan de samenleving is: Wat heb je er voor over. Dat is inderdaad een politieke vraag.''

Nederland heeft in 2020 ongeveer 200 miljoen euro nodig voor de topsport om te kunnen voldoen aan de eerder gestelde toptien-norm, behoren bij de beste tien van het olympisch medailleklassement.

Aan het belang van topsport twijfelde Zijlstra niet. ''Topsport verbindt. Zonder dat zou veel vreugde in het leven wegvallen.''

Voordelen

Volgens Zijlstra is het niet alleen een kwestie van geld. ''Denk ook eens aan de voordelen van ons land. Dichtbevolkt, dus alle kennis dicht bij elkaar. Wissel dat uit.''

Het plan, maandag op Papendal toegelicht door NOCNSF's technisch directeur Maurits Hendriks, kreeg in eerste instantie uit de sportwereld de nodige bijval.

Veroorloven

Cor van der Geest, technisch directeur van de judobond: ''We moeten iets doen. Vroeger hadden we bij het judo een voorsprong omdat we dingen deden die anderen zich niet konden veroorloven. Die tijd is voorbij.''

Hij vervolgde: ''Keuzes maken is moeilijk. Moet het geld naar de bejaarden, of naar de sport. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat we in een verdeelde samenleving wonen. Er is niets dat ons nog verbindt."

Sportwereld

"Alleen sport. Wij, de sportwereld, hebben iets dat mensen wel verbindt. Dat mensen blij maakt. En blije mensen leveren alleen maar geld op. Dan zeg ik: Die 200 miljoen is helemaal niets.''

Pieter van den Hoogenband, oud-zwemmer, meervoudig olympisch kampioen: ''Ik heb nog de tijd meegemaakt dat wij de Engelsen langs het zwembad uitlachten. Nu zijn ze ons voorbij. Frankrijk heeft lang heel goed naar ons gekeken."

"Ze hebben dingen overgenomen en aangepast aan hun land. Inmiddels zijn ze beter dan wij. Wat het zwemmen betreft moeten we nu investeren, anders gaan we de slag missen.''