RIJSWIJK - Anton Geesink, die vrijdag overleed, krijgt zaterdag in de Nederlandse kranten veel waardering voor zijn judoloopbaan. Ook wordt er stilgestaan bij zijn 'gevecht' buiten de judomat als sportbestuurder.

De Volkskrant bestempelt Geesink als een vechtjas die voor niemand opzij ging. ''Hij trotseerde in 1964 het gehele Japanse volk door olympisch kampioen judo te worden. Na zijn sportloopbaan bleef hij vechten'', schrijft de krant.

Volgens AD Sportwereld is met Geesink een van de bekendste sportmensen van Nederland overleden. ''Het hele land bejubelde de judoreus na het behalen van de olympisch titel in 1964. Later miste hij als bestuurder de waardering. Overleden oud-judoka voelde zich altijd alleen staan. Op de mat en later als sportbestuurder.''

Straatvechter

Trouw noemt Geesink een judoreus die straatvechter bleef tot het bittere eind. ''Altijd bleef hij de vinger aan de pols houden als NOCNSF beleid maakte. En dan bij voorkeur in de contramine, zoals hij ook als sporter handelde en groot werd.''

De Telegraaf omschrijft Geesink als een markant sportman en bestuurder. ''Anton Geesink was een man die graag tegen de stroom in roeide en ook achter de bestuurstafel de straatvechter bleef die in 1964 olympisch goud veroverde. Hoewel hij altijd het idee had dat er aan zijn poten werd gezaagd, hield Geesink zijn rug recht.''

Vrije geest

Volgens NRC Handelsblad kon niemand om Geesink heen. ''Sinds die houdgreep in 1964 was judoka Anton Geesink de peetvader van de sport in Nederland.''

De krant staat ook stil bij zijn rol als bestuurder. ''Als IOC-lid ontpopte Geesink zich als een vrije geest en het geweten van de Nederlandse sportbestuurders. Als hem iets niet zinde, kwam Geesink in het geweer.''