BOEDAPEST - Haar elleboog en pols zijn in tape gewikkeld. Een bewijs dat schoonspringen vanaf 10 meter telkens weer een fikse aanslag is op het lichaam. Het is voor Ginni van Katwijk slechts één van de ongemakken die ze moet accepteren om haar droom - de Europese top te bereiken - te realiseren.

De 25-jarige studente is uiterst gemotiveerd om stapje voor stapje op de Europese ranglijst te stijgen. Toen bondscoach Edwin Jongejans naar Engeland vertrok om daar de schoonspringers te begeleiden, ging de Noord-Hollandse op de bonnefooi met hem mee.

Anderhalf jaar later, eind 2004, besloot ze naar de Verenigde Staten te verhuizen, omdat ze bij de University van Houston een 'scolarship' kreeg aangeboden als ze zou meedoen aan de collegecompetitie. Met die 'studiefinanciering' had ze in elk geval de mogelijkheid om haar sport te blijven beoefenen.

Zeemlappen

Hoe dan ook, het blijft voor Van Katwijk elke maand de eindjes aan elkaar knopen. Ze heeft zelfs een handeltje in zeemlappen (die de schoonspringers gebruiken om hun armen en benen te drogen) opgezet op wat bij te verdienen. "Ik verf die zeempjes in verschillende kleuren en patronen'', zegt ze. "En dan verkoop ik ze via internet. Daar betaal ik mijn vliegreizen naar Nederland mee.''

In aanloop naar het EK belegden de schoonspringers nog een trainingskamp in Boedapest. Omdat er nauwelijks geld is, sliep Van Katwijk met haar collega's in een soort kazerne op het zwemcomplex waar de titelstrijd wordt gehouden. In dat ouderwetse onderkomen was geen airconditioning of warm water. "We hebben niet zoveel geld, hè'', beseft Van Katwijk, die donderdag op de toren als 17e eindigde. "En op deze manier konden we wel nog extra samen trainen.''

A-status

En dat was ook hard nodig. Van Katwijk aast op een A-status bij sportkoepel NOCNSF en daarvoor moet je bij de beste zes eindigen op een EK. Op de toren is de concurrentie zò groot, dat de schoonspringster - die opgroeide in Grootebroek - zich vooral focust op de 3-meterplank synchroon. Alleen is het voor haar natuurlijk lastig om samen met partner Inge Jansen te oefenen, nu ze op duizenden kilometers van elkaar wonen.

De oplossing: Van Katwijk kreeg video's van Jansens sprongen opgestuurd en probeerde op basis van die beelden haar bewegingen te kopiëren. Pas afgelopen week kreeg ze de kans om 'in het echt' met haar teamgenote te springen. Het lijkt een onmogelijke klus om nu opeens bij de beste zes van Europa te horen, maar de Noord-Hollandse gaat er helemaal voor.

Met extra financiën van NOCNSF kan de schoonspringster zich belangrijke, extra faciliteiten veroorloven. En dus is de druk groot op de toch al geteisterde schouders van Van Katwijk: "We gaan er alles aan doen om bij de beste zes te komen'', klinkt het strijdvaardig. "Maar ik heb al anderhalf jaar niet meer van 3 meter gesprongen. Ik gooi mezelf van de toren, maar ben nu een beetje bang voor die 3-meterplank. Heel apart.''