PARIJS - De opluchting viel zaterdag van zijn gezicht te lezen. Robert Gesink liet na de tijdrit langs de Gironde een diepe zucht en oogde opeens ontspannen zoals hij in de Tour niet eerder te zien was.

De zesde plaats in het eindklassement was binnen. ''Een grote ronde betekent drie weken stress'', was zijn ervaring.

Genieten

Het is jammer dat Gesink vaak niet lijkt te genieten van de aandacht die zijn prestaties trekken. Het vraagt wellicht ook iets van de begeleiding bij Rabobank.

De 24-jarige Achterhoeker kan, zeker als hij het niveau van zijn tijdritten weet op te trekken, de komende jaren in de Ronde van Frankrijk meestrijden om de podiumplaatsen. De heisa die een geletruidrager omringt, is voor hem voorlopig echter nog een spookbeeld.

Gesink had zaterdag in de race tegen de klok langs het ene na het andere beroemde wijnhuis zijn eindklassering veilig gesteld hoewel het hem zwaar was gevallen, getuige ook de 109e plaats.

''Toch ben ik niet zo'n slechte tijdrijder'', vond hij. ''Maar dit was een volledig vlak parkoers, met windkracht 12 tegen bovendien. Nergens een klimmetje, nergens een moment waar je kon herstellen.''

'Trots'

Even leek de Canadees Ryder Hesjedal nog een bedreiging te vormen, maar Gesink hield stand. ''Zesde in de Tour, daar mag ik toch trots op zijn.'' Zo eindigde hij ook in de derde grote ronde die hij uitreed bij de eerste tien. In de Ronde van Spanje werd hij in 2008 bij zijn debuut zevende. Vorig jaar verwerkte hij in de Vuelta de domper van de polsbreuk in de Tour en sloot hij af als zesde.

In de Tour behoorde hij achter Alberto Contador en Andy Schleck tot de beste klimmers. ''Wereldtop'', vond ploegleider Adri van Houwelingen die sprak van een wisseling van de wacht. ''Je ziet toch heel veel renners van de gevestigde orde afhaken. Ik denk ook dat er weinig renners gedebuteerd hebben met een zesde plek. Want eigenlijk is dit Roberts eerste echte kennismaking met de Tour.''

Tijdrit

Gesink heeft voor de Tour al aangegeven graag te werken aan zijn tijdrit, het onderdeel waarin nog de meeste winst te halen valt. Volgens Van Houwelingen gaat het ook geen jaren meer duren dat de klimmer op het vlakke een grotere versnelling kan ronddraaien. Tests zullen moeten uitwijzen wat de ideale houding is voor de relatief lange renner.

In drie weken Tour kreeg hij in ieder geval nogmaals de bevestiging dat hij een echte ronderenner is. ''Dat wist ik al van de Vuelta. Als ik daar vorig jaar geen pech had gehad was ik er op het podium geëindigd, maar de Tour is natuurlijk nog net even anders.''