JOHANNESBURG - Het Nederlands elftal staat zondag in de finale van het WK ook een beetje tegenover Johan Cruijff, de Amsterdammer die Barcelona tussen 1988 en 1996 volgens de principes van de Hollandse school leerde voetballen. Met dank aan de beroemdste voetballer uit de Nederlandse geschiedenis acteert Spanje de laatste jaren zoals Oranje graag wil optreden.

De regerend Europees kampioen voetbalt in de geest van Barcelona. Dat is niet zo verwonderlijk, want de belangrijkste spelers van de laatste tegenstander van het Nederlands elftal op het WK staan bij de sportieve trots van Catalonië onder contract.

Carles Puyol regisseert de defensie, Andres Iniesta en Xavi bepalen het ritme op het middenveld. Topschutter David Villa is komend seizoen ook in Camp Nou te bewonderen.

Voorbeeld

Ook bondscoach Bert van Marwijk van het Nederlands elftal is een groot liefhebber van het spel van Barcelona en de nationale ploeg van Spanje.

Hij stelde beide ploegen de afgelopen twee jaar zelfs als voorbeeld voor zijn eigen elftal. In Spanje hebben ze de wijze lessen van de Hollandse school zo goed opgepakt dat ze nu ons weer iets kunnen leren.

Balbezit

Ook op de eerste mondiale eindronde in Afrika koppelt Spanje goede resultaten aan aantrekkelijk spel.

Xavi en Iniesta laten de voetballiefhebbers smullen als ze elkaar de bal over korte afstand blijven toespelen. Het maakt niet uit hoeveel tegenstanders er in de buurt staan. Ze blijven maar combineren.

Spanje koestert daardoor tijdens iedere wedstrijd veruit het meeste balbezit. Het aantal doelpunten, tot nu toe zeven, blijft wel achter bij de verwachtingen.

Degelijkheid

Het Nederlands elftal blonk in Zuid-Afrika vooral uit in degelijkheid. Oranje swingde eigenlijk alleen in de tweede helft van de kwartfinale tegen Brazilië. Toen het ook echt moest.

Van Marwijk heeft een zakelijk collectief gesmeed. Geen doelpunten tegen krijgen lijkt soms belangrijker dan zelf scoren.

Toch is het niet zo dat de spelers onder de huidige bondscoach niet mogen excelleren. De intentie om ook aantrekkelijk te spelen is er ook wel. Maar op dit WK is het er nog nauwelijks van gekomen.

Exploderen

Alles en iedereen bij het Nederlands elftal hoopt dat ze tijdens de finale wel zo exploderen als twee jaar geleden op het EK in memorabele duels met Italië en Frankrijk, ploegen die net als Brazilië en Spanje de tegenstander de gelegenheid geven om te voetballen.

In dat geval kan het een mooie finale worden. Als de eindstrijd een lage amusementswaarde krijgt, zal dat waarschijnlijk niet aan Spanje liggen. Met dank aan Cruijff, misschien wel de belangrijkste grondlegger van de ploeg.