In de tuin van ons guesthouse The Hillside House in Melville is het goed mijmeren. Over hoe het vrijdag wordt en over hoe het ooit was.

In het winterzonnetje denkt de oudste van De Grote Twee dan al snel terug aan die krankzinnige eerste juliweek van 1998 en dan in het bijzonder aan die meeslepende kwartfinale tegen Argentinië in Marseille.

Uitgedijd heerschap

De datum staat in mijn geheugen gegrift: 4 juli 1998, een zaterdag. Op die bewuste dag kreeg ik ’s ochtends aan de ontbijttafel van een hotel een telefoontje van een collega. ‘Je moet nu naar het zwembad komen’. De toon was zo dwingend dat ik niet eens tegengas durfde te geven. Er zat niets anders op dan de croissants en de café au lait onberoerd te laten.

Wat ik bij het zwembad aantrof, tartte iedere beschrijving. Op de rand stond een nogal uitgedijd heerschap een balletje hoog te houden. Het balletje ging van voet naar voet, naar dijbeen, schouder en lag even later stil in de nek. Met verbijsterde ogen keken we toe, waarna we luid applaudisseerden. Diego Armando Maradona ging onverstoorbaar verder met jongleren.

Pluis

We vlijden ons neer op een paar badhanddoeken, de ligstoel naast ons kreunde even later onder het gewicht van Pluisje, of zeg maar Pluis. Hij vroeg aan een collega of hij even diens telefoon mocht lenen en toen we hem bedeesd vroegen of hij even wilde poseren met een Sportweek in de hand zei hij ‘No Problema’.

Hij signeerde ook nog m’n ticket voor de wedstrijd van die namiddag in Stade Velodrome, een kaartje dat me sindsdien dierbaarder is dan welk entreebiljet dan ook.

Dat kwam natuurlijk ook door het verloop van het duel, misschien wel de meest fascinerende wedstrijd ooit. De fraaie openingsgoal (combinatie R. de Boer-Bergkamp-Kluivert), de tegentreffer (Claudio Lopez), twee rode kaarten (Numan/Ortega) culminerend in De Goal, wat mij betreft de mooiste WK-treffer van Oranje uit de historie. De Dieptepass (F. de Boer), De Aanname (Bergkamp), De Passeerbeweging (Bergkamp vs. Ayala) en De Goal (Bergkamp).

Oerkreet

En dat allemaal in de slotminuut van een WK-kwartfinale. Het is not done om te juichen vanaf de perstribune, maar op dat moment kwam er een oerkreet boven die ik normaal alleen voor slaapkamers reserveer.

Op die dag in Marseille kwam alles samen. Met als uitsmijter het bericht op de terugweg naar ons basiskamp in Menton dat Duitsland met 3-0 verloren had van Kroatië. Toen speelde Duitsland namelijk nog zoals Nederland nu, kraak- en smaakloos.

Komende vrijdag staat Nederland voor het eerst sinds die 4e juli van 1998 in de kwartfinale van het WK. Zo mooi als twaalf jaar geleden wordt het nooit meer, met een fractie van de gebeurtenissen van toen ben ik al dik tevreden. Aan winnen durf ik niet eens te denken.