VOLENDAM - Wim Jonk krijgt nog altijd een nare smaak in zijn mond als hij terugdenkt aan de confrontaties tussen Nederland en Brazilië op de WK's van 1994 en 1998.

Twee keer had Oranje het idee de Zuid-Amerikanen te kunnen kloppen; twee keer vloeiden echter de tranen in het Nederlandse kamp.

''Het zou dus heerlijk zijn als we Brazilië vrijdag kunnen verslaan'', zo blikte de oud-international vooruit naar de naderende clash in de kwartfinale van het WK.

Jonk stond net als zijn maatje Dennis Bergkamp in de basis van Oranje tijdens de twee voorgaande WK-ontmoetingen met Brazilië. In de Cotton Bowl van Dallas stond Nederland in de kwartfinale tegen Brazilië, vier jaar later was in Marseille de inzet een plek in de eindstrijd.

''Mijn gedachten gingen wel even terug naar die duels toen maandag bleek dat Nederland weer tegen Brazilië speelt. Natuurlijk komt die strafschoppenserie van '98 dan weer boven, maar ook het gevoel dat we de Brazilianen twee keer hadden kunnen verslaan.''

Verbazing

Met enige verbazing las Jonk vorige week dat zijn oud-ploeggenoten Frank de Boer en Phillip Cocu, de huidige assistenten van bondscoach Bert van Marwijk, het gevoel hadden in 1998 niet volledig met de wereldtitel bezig te zijn geweest.

''Ik vond dat vrij opmerkelijk, ik had dat gevoel namelijk wel. Het niveau dat we haalden in trainingen en tijdens wedstrijden lag zó hoog, we waren zó scherp.''

Tijdens het WK in de Verenigde Staten werd Oranje geveld door een kanonskogel van de Braziliaan Branco. In 1998 strandde Nederland op de strafschopstip. ''Nederland - Brazilië is altijd een speciaal duel, net zoiets als Nederland - Duitsland. Brazilië is een van de grootste voetbalnaties en altijd kandidaat voor de wereldtitel.''

Sambavoetbal

Jonk zag echter ook dat de Brazilianen afscheid hebben genomen van het 'sambavoetbal' waarmee ze vroeger de wereld veroverden. ''Ze spelen met een verdedigend blok van zes spelers en daarvoor vier aanvallers. Dat is niet de speelwijze die ze in het verleden zoveel heeft gebracht.''

Bondscoach Carlos Dunga, in 1994 en 1998 zelf speler van de 'Seleçao', zet normaal gesproken met Luis Fabiano, Robinho, Kaká en Elano slechts vier aanvallend ingestelde spelers in zijn elftal. Achter spelmaker Kaká moeten Gilberto Silva en Felipe Melo het vuile werk opknappen. In de defensie bouwt Dunga op de 'reuzen' Lucio en Juan.

''Voorin heeft Brazilië altijd extra kwaliteit, maar achterin vind ik het niet zo sterk'', aldus Jonk. ''Vooral op de vleugels liggen mogelijkheden. Ik wil nog wel eens zien hoe Bastos zich houdt tegen Arjen Robben.''

Net niet

Tot nu toe zijn de Brazilianen in Zuid-Afrika nauwelijks op de proef gesteld. ''Maar ik ben benieuwd wat ze gaan doen als ze op achterstand komen. Ik geef Nederland een goede kans; ik hoop ook echt dat we winnen.''

''Het is al twee keer 'net niet' geweest, we waren in '94 en '98 zo dichtbij iets geweldigs. Als je nu ziet wat er na winst op Brazilië komt, Ghana of Uruguay, dan ben je heel dicht bij de finale. Dit wordt eigenlijk een voorfinale.''