We geven het eerlijk toe, de Grote Twee weten heel weinig van Slowakije en met name van het Slowaakse voetbal. Dat gekke mannetje van FC Twente, binnenkort Fenerbahçe, was eigenlijk ons enige referentiepunt.

We zijn er nog nooit geweest, Oranje heeft er nog nooit tegen gespeeld, tegen het kleinere broertje van Tsjechië.

Omdat de Grote Twee benieuwd waren hoe het met de Slowakije-kennis binnen de Oranje-selectie gesteld is, deden we een korte Slowakije-quiz met centrale verdediger Joris Mathijsen.

Joris, laten we eenvoudig beginnen, wat is de hoofdstad van Slowakije?
Mathijsen kijkt ons aan alsof hij door een zwarte mamba gebeten is. “Eh, dat moet ik wel weten, toch?”

(Wij knikken)

“Rustig, ik weet het wel.”

We hebben de tijd.
“Geef eens een hint.”

Veel dezelfde klinkers zitten in de naam.
“Nou, dat helpt enorm. Zeg het maar, ik kom er niet op.”

Bratislava.
“Bratislava, ik wilde het net zeggen.”

Natuurlijk.
“Moet je dat weten om ze te verslaan?”

Noem eens twee Slowaakse spelers uit de huidige selectie?
“Stoch weet ik nog wel. En Stanislav Sestak.”

Wie? Zestakt, van de motoren?
“Nee, Sestak, van VfL Bochum. En dan heb je nog een Vittal of Vittel rondlopen of zoiets. En de rest ontmoeten we maandag wel. Ben ik door naar de volgende ronde?”

Mathijsen al wel, de rest volgt maandag. Toch? Zelfs al zou je het willen, dan nog verlies je niet van Slowakije.