Ibi noemen mijn collega's me nu. Naar Ibrahim Afellay. Dat zit zo. In restaurant Stiftskeller, in de Stiftgasse te Innsbruck zeiden we (ondergetekende en collega's van Sp!ts, Elf, NOS, ANP en VI), in ons steenkolenduits dat we für Holland hier sind.

Onmiddellijk werd de link gelegd.

'Ach ja, dan bent u iedere dag in Seefeld.'
'Jawohl.'
'Dan zijn jullie beroemd!'
'Nah...'
'En ook niet arrogant!'
'Ehh nein?'

Lang verhaal kort: ietwat perplex op de foto gegaan met het personeel, handtekeningen gezet in het gastenboek en vervolgens vol overtuiging het hele spel meegespeeld. Zoals Andy Warhol al voorspelde: in de toekomst (nu dus) is iedereen beroemd voor vijftien minuten.

Kapot

Ik stelde me spontaan voor als Ibrahim Afellay. Dacht dat ik op hem het meeste leek. Dat leek een goede gok. Obertje: 'Ach ja Sie gehen nach HSV!'

'Vielleicht', gleed ik al snel in mijn rol. Zelfs het licht Marokkaanse accent zat er goed in.

Ik was er achteraf niet zo blij mee. Ik ben niet zo kapot van Ibrahim Afellay de laatste maanden. Pers ontlopen bij PSV, ellebogen geven aan de meest zachtaardige speler van de eredivisie (Enoh) en nog steeds veel rollen over het veld na de geringste aanraking. En was-ie nou wel zo goed als iedereen zei?

Kunstzinnig

Eergisteren kermde hij het na een duel met André Ooijer uit. Iedereen wist meteen: Ibi. Dus kreeg ik van onder andere NOS-collega Ticheler te horen: 'Hé stel je niet zo aan'. Om gek van te worden.

Het viel, niet erg verrassend, mee met de echte Ibi. Hij stond op, liet zijn elleboog verbinden en keerde weer terug. En leek het ineens zat te zijn.

Hij eiste ballen op, transporteerde ze snel en vaak ook nog kunstzinnig verder, passeerde Schaars alsof-ie er niet stond. Een dag later speelde hij nóg beter en vandaag was-ie helemaal amper te houden. 'Ja Ollie!' 'Hier Vurrie!' 'Diep Robin!' Goals, assists, maar ook tackles en bodychecks stroomden er uit het tengere lijf.

Plots kwamen er duimpjes mijn kant op. 'Je bent in vorm', smste Ticheler.

Vlaar

Arme Sp!ts-collega Van Boven. Hij stelde zich in Der Stiftskeller voor als Ron Vlaar, op zich een degelijke keus. Maar langzamerhand groeit de echte Ron uit tot de schlemiel van Oranje.

Wellicht door de zenuwen komen zelfs passes over tien meter niet aan, tegen de tandem Van Persie/Afellay is hij praktisch kansloos en nu heeft-ie ook nog last van zijn hamstrings.

Persoonlijk hoop ik op een miskleun van André Ooijer. Ik heb niet zo heel veel tegen de PSV-er. Maar dan is VI's Simon 'Dré' Zwartkruis aan de beurt.