ISTANBUL - De kans dat de Nederlandse volleyballers aan het eind van de week uit Istanbul terugkeren met een EK-medaille, is zeer klein. Dat beaamt ook bondscoach Peter Blangé.

In de tweede ronde treffen de mannen Italië, Servië en Bulgarije. ''Dat zijn stuk voor stuk toplanden. Om de final four te halen, moet je van alledrie winnen. Wij zijn een team in wording dus een medaille is gewoon niet reëel'', aldus Blangé maandag.

Nederland begint de tweede ronde op de vierde plaats in een groep van zes landen. De verzamelde punten uit de eerste ronde zijn meegenomen, alleen het resultaat tegen de uitgeschakelde ploeg wordt geschrapt.

Van de zes teams gaan er twee naar de halve finales, de andere twee halvefinalisten komen uit de groep in Izmir.

Achterstand

Blangé en zijn spelers beginnen dus al met een achterstand. ''Met rekenen houden we ons niet zo veel bezig. De basisgedachte is dat we gaan tot het einde, knokken en hard werken'', zegt de bondscoach.

''En dan maar zien waar we eindigen. Als we ons topniveau halen, zitten we heel dicht tegen die wereldtop aan. Dat zag je tegen Rusland.''

Nederland verraste zaterdag door bijna van de nummer drie van de wereld te winnen (2-3). ''Voor ons zijn het gewoon drie loodzware opgaven, maar je weet, niets is onmogelijk.''

Presteren

Dinsdag staat eerst Italië op het programma. In de World League verloor Nederland deze zomer alle vier duels met de Italianen.

Blangé: ''Maar de druk om te presteren is bij hun vele malen groter, zeker met het oog op het WK dat ze volgend jaar organiseren. En zij zijn ook al jaren niet meer in de buurt van de medailles geweest.''

Overtreffen

Vantevoren heeft het Nederlands team zichzelf een doel gesteld; de prestatie op het vorige EK (7e) overtreffen. Een geslaagd toernooi betekent dus een plek in de top zes.

Dat zou ook meteen de A-status veiligstellen. Een plaats bij de eerste vijf is overigens goed voor directe plaatsing voor het volgende EK over twee jaar.