AMSTERDAM - Tot vlak voor tijd moet Frank Voskuilen met samengeknepen billen en een sombere blik hebben gekeken naar de tweede halve finale van de 23e AHBW. Pas toen zal er een glimlach zijn verschenen om de mond van de toernooidirecteur.

Israël won met 90-86 van Den Bosch en voorkwam daarmee het horror-scenario van een puur Nederlandse eindstrijd. Immers, Amsterdam had een paar uur eerder al met 80-70 van de nationale Oranjeploeg gewonnen. Op een eindstrijd tussen Amsterdam en EiffelTowers zat Voskuilen - en met hem 98 procent van de toeschouwers - niet te wachten.

De twee grootmachten van het Nederlandse basketbal ontmoeten elkaar namelijk om de haverklap en dan is de finale van het meest prestigieuze toernooi van ons land zeker niet de aangewezen plek om dat nog een keer te doen.

Twaalf keer
In het seizoen 2007-08 bijvoorbeeld stonden de twee twaalf keer tegenover elkaar. Vier keer in de reguliere competitie, in de bekerfinale en zeven keer in de eindstrijd van de playoffs. En dat zou dit seizoen zo maar weer kunnen gebeuren.

Het zou vast en zeker ook de verkoop van de laatste losse kaarten voor de finaledag hebben beinvloed. De slotsessie van de AHBW raakte namelijk in de voorverkoop niet uitverkocht en wie Amster4dam tegen Den Bosch had willen zien spelen, had evengoed kunnen wachten tot 20 januari (in Den Bosch) of 12 februari (in Amsterdam).

Zover kwam het dus gelukkig niet. De eerste AHBW in Amsterdam krijgt een interessante finale. Een botsing van twee basketbalculturen. De 'thuisploeg' speelt zonder zijn internationals, die eerder op de dag in actie komen met Oranje tegen Den Bosch en dus met een vrijwel puur Amerikaanse ploeg.

Hoog tempo
Die speelt een heel ander soort basketbal dat de nationale ploeg van Israël, die in een heerlijk hoog tempo speelt en razendsnel schakelt van verdediging naar aanval. Bovendien beschikt coach Zvi Sherf over een paar fantastische spelers, die vooral maandagavond veel indruk maakten.

Buiten in de vrieskou grapte de technische manager van Leiden: 'Zo, ik heb de ploeg voor volgend seizoen rond. Ik haal die 12 en 13...' Hij doelde op de twee absolute stereen van de Israëlische ploeg, Yoegev Ohayon en Omri Caspi, tegen Den Bosch goed voor respectievelijk 17 en 20 punten.

De twee waren een ware plaag voor Den Bosch, dat overigens Jerome Beasley een topwedstrijd zag spelen. Behalve hij vielen ook Anthony Richardson en Dean Oliver op. De laatste vooral vanwege zijn kleding.

Bourkini
Onder zijn basketbaluniform droeg hij een soort bourkini zonder muts. Onbegrijpelijk ook dat de scheidsrechters dit toestonden, terwijl een T-shirt reglementair niet is toegestaan. Zwarte maillots zijn een modeverschijnsel uit de NBA en zouden verboden moeten worden. Lange zwarte kousen bij een kuitprobleem, oké, maar dit gaat te ver.

Oliver won het - in negatieve zin dan - van Victor Thomas, die uitblinkende Amerikaan van Amsterdam. Hij deed het 'bescheiden' met hele lange rode kousen en knielappen, waar een straatmaker jaloers op zou worden.

den bosch-israel ahbw

Taron Downey van Den Bosch zoekt een uitweg temidden van drie Israelische spelers en zijn teamgenoot Richardson.

Opgeheven hoofd
Maar zijn hartverwarmende spel maakte veel goed. Thomas was in grootse vorm tegen de nationale ploeg van Nederland, die overigens met opgeheven hoofd de strijd om de hoofdprijzen van de 23e AHBW verlaten. Voor de 80-70 nederlaag tegen landskampioen EclipseJet-MyGuide hoefde de ploeg van coach Gadi Kedar zich absoluut niet te schamen. Een finaleplaats was gewoon iets te veel gevraagd van de verrassend spelende Oranjeploeg.

Het was voor drie Oranjeklanten natuurlijk een uiterst curieuze wedstrijd. Peter van Paassen, Stefan Wessels en Robert Krabbendam verdienen hun dagelijks brood bij Amsterdam en stonden in de volle Sporthallen Zuid (2150 toeschouwers) dus tegenover spelers met wie ze dagelijks te maken hebben.

Maar dat had duidelijk ook zijn voordelen. Van Paassen en Krabbendam wisten natuurlijk precies wat de Amsterdamse Amerikanen kunnen en zouden doen en namen onmiddellijk het voortouw. De eerste tien punten van Nederland kwamen op hun naam en 'Amsterdammer' nummer drie, Stefan Wessels zorgde zelfs met een driepunter voor 12-17.

Voorsprong
Toen Arvin Slagter hem dat even later nadeed, kon je spreken van een serieus verschil, dat door Oranje keurig naar het einde van het kwart werd meegenomen: 19-28. Hoewel Amsterdam in het tweede kwart wel terugkwam, zou Oranje toch met een voorsprong de kleedkamers ingaan. Halverwege was het 40-44.

Peter van Paassen had op dat moment al zestien punten en zeer opvallend waren ook de cijfers van Arvin Slagter: 10 punten, 5 assists en 4 steals. De grote vraag was natuurlijk of Oranje het kon volhouden.

Het antwoord kwam van Victor Thomas, die met een dunk en een rebound de gelijke stand op het scorebord: 44-44. Op dat moment brak er iets bij Oranje en ging de vlam langzaam maar zeker uit. Kedar probeerde met een wissel nog te redden wat er te redden was, maar aan het eind van het derde kwart was het 69-56 voor Amsterdam en zat het duel in het slot.

Nederland kwam nog wel wat terug, maar het verschil kwam niet meer onder de tien punten, waar na de vrede in deze (halve) broederstrijd werd getekend bij 80-70.