Column

Bazel

Een kerk. Een museum. Een station. En een plein waar je voor acht euro een cappuccino kan drinken. Veel meer stelt Bazel niet voor.

Net zoals de meeste Zwitserse steden is Bazel zo saai dat je eraan voorbij bent gereden voordat je het door hebt. Er zijn maar twee redenen om er te stoppen. Eén: als je je geld op een rekening wilt zetten waarvan niemand het bestaan weet. En twee: omdat je tank leeg is.

Komend seizoen woont Jean-Paul Boëtius in Bazel. Hij speelt sinds afgelopen weekeinde namelijk niet meer voor Feyenoord, maar voor FC Basel. Hij noemt de transfer zelf "de beste oplossing".

De beste oplossing. Mijn god, de beste oplossing. Zoiets zeg je over je ouders die na twintig jaar knallende ruzie eindelijk uit elkaar gaan. Of over Ivan Gabrich, die na een seizoen bij Ajax weer fijn ergens anders niet ging omvallen.

De beste oplossing, dat is als je uiteindelijk besluit om geen Borat-onderbroek aan te trekken naar het huwelijk van je zusje omwille van de lieve vrede. Of als je die lauwe patta's die je nevernooit kunt betalen tóch maar in de etalage van de winkel laat staan.

Achterdeur

Maar 'de beste oplossing', dat is niet iets wat van toepassing is als een kind van De Kuip naar focking Bazel vertrekt. Twee jaar geleden danste Boëtius nog als een ballerina langs rechtsbacks, maar nu is hij plotseling overbodig in Rotterdam. Er hoefde maar een achterdeur open te staan en weg was hij, als een dief in de nacht. Een paar mindere wedstrijden, een trainer die het niet in hem zag zitten, een manager met een jeukende portemonnee en daar ging Boëtius.

Het is om hopeloos van te worden. Nog niet heel lang geleden vertrokken talenten uit de eredivisie nádat ze een wedstrijd of twintig goed hadden gespeeld, tegenwoordig vertrekken ze al vóór die tijd. Ricardo Kishna ging naar Lazio, Steven Berghuis naar Watford en Mark Uth naar Hoffenheim.

De eredivisie, de zogenaamde kraamkamer voor topclubs door heel Europa, leverde precies één speler af aan een Europese topclub: Memphis Depay naar Manchester United. Waar grote talenten ooit alleen vertrokken voor dat soort clubs, vertrekken ze nu al als Southampton (Jordy Clasie), Newcastle United (Georginio Wijnaldum) of Eintracht Frankfurt (Luc Castaignos) op de stoep staan.

Derderangs

Het is dweilen met de kraan open. Hoe lang heeft het opleiden van talent nog zin als buitenlandse clubs met veel meer geld de beste B-junioren (deze week vertrok Donyell Malen, 16 jaar, van Ajax naar Arsenal) wegkapen?

Ik pretendeer de oplossing niet te hebben. En ergens snap ik Boëtius nog ook. FC Basel stond vorig jaar nog in de achtste finales van de Champions League, Feyenoord komt in Europa niet veel verder dan een paar kapotte fonteinen. Ik weet ook wel dat de eredivisie niets meer is dan een derderangs competitietje. Wegwezen als je wegwezen kunt, verpatsen als je verpatsen kunt. Ik weet het, ik weet het.

Maar een beetje verdrietig word ik er wel van.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NU.nl.*

Lees meer over:

Alle columns van Thijs Zonneveld

Alle columns van Thijs Zonneveld
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Edwin Struis

Alle columns van Edwin Struis
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Remco Regterschot

Alle columns van Remco Regterschot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Menno Pot

Alle columns van Menno Pot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Mark Tuitert

Alle columns van Mark Tuitert
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.  
Tip de redactie