Column

Futbol de Verano

Noem het beroepsdeformatie, noem het ziekelijke nieuwsgierigheid, maar ook tijdens m’n vakantie mag ik graag stadioninterieurs van dichtbij bekijken. Met of zonder wedstrijd maakt me niet eens zo veel uit, al is een beetje actie natuurlijk mooi meegenomen.

In de streek rond de Costa de la Luz, de kust van het Licht tussen Gibraltar en Cádiz, is het voetbal nooit ver weg. Neem de Real Madrid-bar in Vejer de la Frontera waar de muren behangen zijn met Real-parafernalia en -prullaria, tot aan vergeelde foto’s met John Metgod aan toe. Of neem het Estadio Ramón de Carranza, het zestig jaar oude onderkomen van Cádiz Club de Fútbol.

Ik ken weinig andere stadions waarbij de supporters zo dicht en zo steil op het veld zitten als hier, bijna elk stoeltje heeft z’n eigen veiligheidshekje, ter voorkoming van ongewenste abseilavonturen. Een gewijde plek met name vanwege het fameuze jaarlijkse toernooi om de Trofeo de Carranza, een trofee die je slechts met behulp van een heel elftal van z'n plaats krijgt. De strijd om deze potsierlijke cup bracht de groten der aarde naar deze rauwe kustplaats. Pelé, Cruijff, Eusebio, Zico, allemaal draafden ze op in dit stadion, de grote Francisco Gento was er liefst 17 keer te bewonderen.  

De tijden zijn veranderd. Onder het genot van een cortado’tje bespreken de fans in supporterscafé Gol de kansen van hun favoriete club voor het nakende seizoen. Nog niet zo lang geleden acteerde de ploeg nog op het allerhoogste plan, inmiddels zijn de geelblauwen afgezakt naar het derde niveau van Spanje, waar het al een paar seizoenen uit probeert te ontsnappen, maar steeds op het laatste moment gaat er iets mis.

Een type 'El Mágico' wordt node gemist, de bijnaam van Jorge Alberto Gonzalez Barillas, de aanvaller uit El Salvador die in de jaren tachtig uitgroeide tot de grote smaakmaker van Cádiz. Diego Maradona gaf de man uit midden-Amerika zelfs een plaatsje in zijn persoonlijke top tien van sterspelers, mede ingegeven door een soortgelijke sologoal als hijzelf ooit maakte.

CL-voetbal

Maar in dit deel van Andalusië is niet alleen plaats voor nostalgisch gemijmer, ook de liefhebber van CL-voetbal komt aan z'n trekken. Daarvoor melden we ons op een hete dinsdagavond in Gibraltar waar de plaatselijke kampioen Lincoln Red Imps aantreedt tegen de Deense collega's uit Midtjylland. Vanavond mag Ajax voor het eerst opdraven in het kampioenenbal, de nog zwakkere broeders zijn al een tijdje bezig.

Gibraltar is nog geen volwaardig lid van de FIFA, wel sinds 2013 van de UEFA en dus mag de kampioen van de veredelde apenrots zich ook inschrijven voor de CL. De eerste voorronde werd zowaar overleefd, de kampioen van Andorra moest eraan geloven, nu was de kampioen van Denemarken, Midtjylland te gast op dit vreemde stukje Brits grondgebied met riant uitzicht op Afrika.

Enkel de entree is al speciaal: de eerste meters in het ministaatje worden afgelegd over een met spoorbomen afgeschermde landingsbaan. Meteen ernaast ligt het Victoria stadion van Lincoln Red Imps, waar achter het linkerdoel dus af en toe onder bulderend lawaai een vliegtuig landt of opstijgt. Boven het rechterdoel verrijst de rots waar apen het rijk alleen hebben, af en toe gestoord door wat soortgenoten met nauwelijks meer herseninhoud.

Zij die rechtop staan op voetbalschoenen proberen honderden meters lager de Deense landskampioen een loer te draaien, maar dat lukt uiteindelijk niet. Het allegaartje van Engels- en Spaans-getinte namen moet met 2-0 z’n meerdere erkennen in Midtjylland die in Pione Sisto, onlangs nog in verband gebracht met Ajax, z'n uitblinker kent. Onder luid applaus zoeken de semiprofs de kleedkamer op, voor ons het sein om het landje van dubbeldekkers en authentieke Britse telefooncellen weer in te ruilen voor tapas en futbol de verano.

Van der Vaart

Want zo noemen de Spanjaarden al deze potjes in de verzengende hitte: zomervoetbal. Niet elk Spaans team kan zich een trainingskamp op koelere plekken op deze aarde veroorloven. En dus vinden we onszelf op een donderdag terug in Arcos de la Frontera, waar het kwik makkelijk de 35 graden aantikt.

In het Antonio Barbadillo-stadion van de plaatselijke trots zien we een grote oude bekende terug, eentje met 109 interlands achter z'n naam. Rafael van der Vaart heeft deze zomer het vechtvoetbal van Hamburger SV voor gezien gehouden en zich verplaatst richting geboortegrond van z'n opa en oma van moeders kant. Real Betis Balompie heet z’n nieuwe werkgever, vanavond wordt er geoefend tegen Athletic Club de Bilbao, voor beide clubs het eerste oefenduel van enig formaat.

Van der Vaart heeft zo z’n sores buiten de lijnen, er is een kind onderweg bij een vrouw waarvan hij wil scheiden, maar daar valt erbinnen weinig van te merken. Bij Betis vertolkt hij weer de oude, vertrouwde rol van spelmaker achter de spitsen. Z'n balbehandeling is nog immer bekleed met fluweel, om de haverklap vertrekken er slimme steekpassjes van z’n voet die niet allemaal op waarde worden geschat, maar dat is een kwestie van tijd. De fans van de promovendus waarderen ze in ieder geval wel.

Na een uurtje verlaat hij onder klaterend applaus het veld, als hij na afloop naar de spelersbus wil stiefelen, moeten leden van de Guardia Civil hem begeleiden tot ver in de spelersbus. De populariteit van de middenvelder kent ook in Arcos geen frontera's. Nog één keer vlammen op het allerhoogste niveau, het is de laatste der Sevillianen van harte gegund.

Lees meer over:
Tip de redactie