Hoe lang is het geleden dat we soms in de trein van Utrecht naar Eindhoven zaten, een jaartje of twaalf? We hadden allebei geen rijbewijs. Jij omdat je te jong was, ik omdat ik geen geld of tijd had, te lui was of geen zin had. Je moest smakelijk lachen om die smoesjes.

Ik maakte verhalen voor Sportweek met de grote mannen van PSV, weet je nog? Natuurlijk weet je dat, je zei weinig als je die grote PSV-tas rond zeulde, maar je zag veel. Dat doen vroegrijpe wijsneuzen van de straat.

We voerden meestal koetjes en kalfjes-gesprekken, dat vond je wel zo veilig. Soms gingen we iets verder, bijvoorbeeld toen het ging over vaders. Ik vertelde je dat die van mij er nooit was en relatief jong stierf. Je vertelde dat die van jou ook jong stierf.

Je knikte toen ik concludeerde dat het ontbreken van een vader van onzekere ventjes argwanende, soms boze mannen kan maken. Tja, als ik wilde dat jij je zou blootgeven, moest ik dat zelf ook doen.

Collega-journalisten meldden zich toen ze doorkregen dat Ibrahim Afellay een groeibriljant was. Je wimpelde iedereen argwanend af en zei dan stoer: ‘Waarom zou ik dat doen? Wat heb ik daar aan?’

Ook Sportweek wilde een groot verhaal met the coming man van PSV. Je hield, zoals verwacht, de boot af en nam weer afstand. Dat ritueeltje herhaalde zich soms in de paar jaar die volgden. Belangeloze, oprechte interesse zorgde voor openheid, vragen om een interview voor afstand.

Argwaan

Soms zette je de deur op een kier, maar een goed, diepgaand interview met jou kwam er niet. Een verhaal óver jou wel, met medewerking van jouw oudste broer Ali. Daaruit bleek dat jouw vader overleed toen jij zeven was en dat hij een hardwerkende, sterke kerel was die tijdens pauzes in de fabriek fit bleef door touwtje te springen.

Ineens was hij weg, jouw held, voorbeeld, steun en toeverlaat. De argwaan en het onrechtvaardigheidsgevoel leken verklaard.

Ali had destijds de beste intenties, hij dacht dat medewerking aan een verhaal goed zou zijn om een andere kant te tonen van zijn broertje die erg ver was gegaan in het imiteren van een stil, nors oestertje. "Hij heeft niet het recht om zo in de media over mijn vader te praten!", oordeelde jij echter met veel hardere en zwaardere stem dan ik tot dan toe van je was gewend.

Ik heb daarna nog één poging gewaagd, op een moment dat je een eigenaardig imago, maar bovenal een indrukwekkend cv had opgebouwd. Je had vele wedstrijden voor PSV gespeeld waarin je regelmatig scoorde, was gek genoeg aanvoerder en had al vier landstitels en een KNVB-beker achter je naam staan.

Je was 24, jouw beste jaren moesten nog komen, je leek een onbegrepen fenomeen te worden. "Het wordt tijd voor een groot verhaal, Ibi", vond ik. "Laat je nou eens goed en uitgebreid interviewen en portretteren, liefst door mij." Je zou erover nadenken, maar ook dat verhaal kwam er niet. Je vertrok naar FC Barcelona en ging misschien op één middenveld voetballen met Iniesta, Messi en Xavi. Je ging multimiljonair worden, dat was zeker.

Vaderfiguur

Ik verloor je uit het oog en moest het doen met indrukken en stukjes in de krant of op internet. Als ik de topmodellen buiten beschouwing laat en me beperk tot feiten: je bent gemiddeld niet verder gekomen dan een wedstrijd of elf per seizoen waarin je één of twee doelpunten maakte. Je werd verhuurd aan Schalke 04 en Olympiakos, twee clubs die niet beter zijn dan PSV en bent inmiddels 29.

Je bent in vier en half jaar tijd niet beter geworden dan bij het gemoedelijke PSV waar je zo vatbaar leek voor de vaderlijke aanpak van bijvoorbeeld Mark van Bommel, Guus Hiddink en Fred Rutten, maar vooral Phillip Cocu.

"Zó...", zei je ooit in een zeldzaam openhartige bui respectvol over de man die jou als medespeler drie jaar lang bij de hand zou nemen. "Wat is hij nog on-ge-loof-lijk goed." Ergens denk ik dat je nog altijd een vaderfiguur mist die je op het goede spoor zet, Ibi en ik kan het weten. Zo eerlijk moet ik zijn als ik je in een open brief publiekelijk bespreek. Ik denk dat hij dichterbij is dan je denkt.

Weersta de lokroep van Engelse laagvliegers, er staan genoeg miljoenen op de bank. Laat je niet kennen, verstop je niet in een berg oliedollars en kom terug naar Nederland. Ga lekker naar PSV, meld je als verloren zoon op De Herdgang, wees een vent. Cocu zal je met open armen ontvangen.

Het ga je goed (laat dat interview maar zitten),

Remco.

(Remco Regterschot is op twitter te volgen via @remregterschot)