Column

Vinex in het kwadraat

Aangeharkte plantsoentjes. Doorzonwoningen met carports. Volvo's met kinderzitjes. Wipkippen. Tuinsets van de IKEA. Barbecues van twee meter breed. Een lege plastic zak die door een nog legere straat waait.

Door Thijs Zonneveld

Veel meer dan dat is Assendelft niet.

Ja, er schijnt ook nog ergens een oude watertoren te staan, en er is een fitnesscentrum met een sauna en een yogazaal vol vrouwen die Sanne of Lotte heten. Ze hebben zonder uitzondering twee komma drie kinderen en een hond. En een kinderwagen van Bugaboo.

Assendelft is het kwadraat van Vinex. Dezelfde wijken, dezelfde woningen, dezelfde mensen die dezelfde dingen kopen in dezelfde supermarkten en dezelfde bouwmarkten.

Twee keer ben ik er geweest: twee keer reed ik mezelf hopeloos vast in doodlopende woonerven met onbegrijpelijke straatnamen. (Zeg nou zelf: Smuiger - dat is toch geen straatnaam? Dat is niet eens een wóórd!)

Dus toen ik voor de honderdste keer verkeerd reed en wéér in z'n achteruit langs dat huis met die ooievaar (nóg een Sterre geboren) in de tuin moest rijden, besloot ik dat Assendelft de laatste plek op aarde was waar ik wilde wonen.

Geen toeval

Maar sinds kort denk ik er compleet anders over. Op precies te zijn: sinds zondagmiddag. Sinds het NK wielrennen in Emmen. Die uitslag loog niet. Het was onmogelijk om er omheen te kijken.

1. Niki Terpstra (Assendelft)
2. Ramon Sinkeldam (Assendelft)
11. Yoeri Havik (Assendelft)
14. Mike Terpstra (Assendelft)

Dat er überhaupt vier renners uit één dorp (22.000 inwoners) meedoen aan het NK voor beroepswielrenners is al opvallend. Dat ze vervolgens alle vier bij de eerste veertien rijden is dubbel opvallend. En dat ze ook nog onder elkaar beslissen wie er kampioen van Nederland wordt - dat kan geen toeval meer zijn.

Ik heb het even uitgerekend: de kans dat er vier Assendelfters bij de beste veertien op een NK eindigen is net zo groot als de kans dat er nú een blaaskapel met een tubaspelende pinguïn voor je raam langs loopt.

Assendelft is het epicentrum van het Nederlandse wielrennen. Als je niet uit Assendelft komt, dan kun je fluiten naar een topklassering op het NK. Zondag waren de Assendelfters blijkbaar de enige renners die zich níet lieten afstompen door de vlakke ballenrondjes door de bouwput van Emmen-Centrum.

Ze bleven stoïcijns doorrijden. Ook toen het peloton anderhalve week achterstand had. Ook toen het begon te regenen. En zelfs toen de steentjes op het parcours in Emmen zo glad werden dat je Bob de Jong er nog niet over zou sturen.

Prutser

Als je in Assendelft woont, dan kun je alles aan. De wind staat er altijd recht in je snufferd, KOM'metjes op Strava pakken is nagenoeg onmogelijk met al die profs in de straat. En wie de hele dag naar een lege plastic zak die door de straat waait kan kijken, die kan ook tweehonderdvijftig kilometer rondjes rond Emmen rijden zonder af te zien.

Nu begrijp ik pas waarom ik zelf als wielrenner niet verder ben gekomen dan prutser in de marge: ik woonde niet in Assendelft.

Maar het is nog niet te laat.

Iemand nog een doorzonwoning aan de Smuiger te koop?

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NU.nl.*

Alle columns van Thijs Zonneveld

Alle columns van Thijs Zonneveld
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Edwin Struis

Alle columns van Edwin Struis
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Remco Regterschot

Alle columns van Remco Regterschot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Menno Pot

Alle columns van Menno Pot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Mark Tuitert

Alle columns van Mark Tuitert
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.  
Tip de redactie