De Telecruijff

Midden jaren negentig was ik als sportredacteur verbonden aan Haarlems Dagblad. Weliswaar een respectabele werkgever, want de oudste nog bestaande krant ter wereld (uit 1656), maar het was niet de bedoeling dat je er zelf ook oud werd, realiseerde ik me toen ik de enigszins verzuurde verhalen opving van de oudere collegae die tevergeefs hadden gepoogd er weg te komen.

Het was dus zaak verder te kijken dan de Haarlemse stadsgrens en het  plaatselijke dagblad in te ruilen voor een krant met een wat groter bereik. En toen, in het late voorjaar van 1995, belde De Telegraaf.

Na één ontmoeting was chef-sport Charles Taylor overtuigd: ik was volgens hem precies de man die Telesport nodig had. De inktkoelie die net wat meer schwung kon geven aan de sportpagina’s die destijds van rechttoe-rechtaan-stukjes aan elkaar hingen.

Toegegeven, De Telegraaf was niet m’n eerste keus, en m’n vader (overtuigd PvdA’er) verkondigde op luide toon dat hij in het vervolg mijn stukjes niet meer zou lezen, maar ik wilde deze kans toch niet links laten liggen. Hoewel ik m’n vriendenkring, en dan met name het geëngageerde gedeelte ervan, wel iets uit te leggen had.

Maar een potentieel lezerspubliek van bijna een miljoen mensen had ook wel wat. Ik mocht over alles wat los en vastzat schrijven, in binnen- en buitenland, niets was te dol. In die tijd werd je nog niet weggestopt in hotel De Aap, zoals onze ietwat achenebbisj onderkomens in latere jaren vanwege allerhande bezuinigingen  spreekwoordelijk werden omschreven, maar  betrokken we in het buitenland vorstelijke tijdelijke behuizingen. Voorafgaand aan elk eindtoernooi werd er gedineerd in het met Michelin-sterren overladen De Bokkedoorns.

In al die jaren werd ik door Taylor of door chef-voetbal Jaap de Groot nooit inhoudelijk aangesproken over onderwerp- of stijlkeuze. Ja, toen ik een keer schreef over Ajax waarvoor de Lijkwade van Turijn al gereed lag in het voorjaar van 1997 (return ½ finale Champions League tegen Juventus, na 1-2 nederlaag in eigen huis) vond Telegraaf- en Ajax-supporter Wim Bohnenn dat iets te ver gaan (het uitduel ging met liefst 4-1 verloren, maar dit terzijde), maar de leiding stak enkel de duim op. Kritische verhalen over Ajax waren prima, mits goed onderbouwd.

Persmuskieten

In die tijd bemoeide Johan Cruijff zich dan ook niet al te erg met z’n oude liefde, waar hij nog niet zo heel lang daarvoor was weggejaagd als trainer. Cruijff zat in z’n nadagen als coach van Barcelona waar hij verantwoordelijk was voor Dream Team I dat voor het eerst de Europa Cup I naar Barcelona bracht. Ondanks de hectiek in die laatste maanden merkte ik dat de band tussen Cruijff en De Telegraaf heel speciaal was.

Persoonlijk kreeg ik dat door in april 1996, voorafgaand aan de halve finale UEFA Cup tussen Bayern München en Barça. De Catalaanse delegatie zat in een protserig Beiers hotel, de naam is me ontschoten - in ieder geval niet Der Affe - en iedereen wilde graag even van gedachten wisselen met El Salvador, zeker met het oog op de ontmoeting tegen Bayern, waar destijds Der Kaiser een flinke vinger in de pap had.

Na een kwartiertje werden alle persmuskieten vriendelijk verzocht de luxe uitspanning te verlaten, waarbij Cruijffs persoonlijke secondant Tonny Bruins Slot me een tijdstip in het oor fluisterde waarop ik me moest melden. Een uurtje later had Cruijff alle tijd voor een – jawel – EXCLUSIEF!!!! onderhoud met de Telegraaf-scribent.

Ballotagecommissie

Die innige band tussen fenomeen en krant is al die jaren onveranderd gebleven. Nee, niet met mij, merkte ik vorig jaar toen de Holland Herald, u weet wel: dat clubblad van de KLM dat niet voor niets naast de kotszak zit in de rugleuning van de stoel voor u, iemand zocht voor een interview met JC himself. Uiteraard was ik geïnteresseerd, een freelancer moet ook eten, maar gezien de kritische noten die ik in het recente verleden geslaakt had aan het adres van De Verlosser, leek het me raadzaam dat de Holland Herald-mevrouw toch eerst even contact opnam met de tegenpartij.

Het vraaggesprek moest dan vooral over reizen gaan, plus wat verplichte alinea’s over al het academische, universitaire en goededoelen-gedoe dat de Cruyff Foundation over ons uitstort, maar de situatie bij Ajax zou toch ook niet onvermeld worden gelaten, stelde ik me zo voor. De HH-mevrouw zag de fiattering van de tegenpartij als een formaliteit en mailde me alvast het vluchtschema plus hotel voor één nacht (nee, niet hotel El Mono).

Om een dag later tot haar (maar niet mijn) verbijstering te moeten melden dat mijn naam niet door de ballotagecommissie was gekomen bij de Cruijff-clan. Ze putte zich uit in allerlei excuses en beloofde nog contact op te nemen, uiteraard is dat nooit meer gebeurd. Wie de klus uiteindelijk geklaard heeft weet ik niet, de betreffende editie zou me worden toegestuurd, inderdaad: zou.

Bij Johan Cruijff gaat loyaliteit boven kwaliteit, zei Piet Keizer vorige week in het lezenswaardige stuk in de Volkskrant en zo is het maar net. Het artikel bevatte niet al te veel nieuws voor de insiders, maar voor de argeloze lezer wel. Met name de innige band met De Telegraaf werd weer eens benadrukt. De krant verkondigt zijn evangelie, in ruil daarvoor worden over en weer hand- en spandiensten verricht. Als er iemand tegenspartelt, dreigt Cruijff met een negatief stuk in de krant van wakker Nederland, die macht heeft hij.

Middenweg

Die macht misbruikt hij nu bij Ajax, waar hij met de aanstelling van trouwe kameraad Tscheu La Ling, die al jaren wordt bewierookt in De Telegraaf als ziener en visionair in plaats van als  dubieuze handelaar in vitaminepreparaten, kurken jassen en tweederangs voetballers, een potentiële splijtzwam laat groeien in de boezem van de club. Diens aanstelling als adviseur met verregaande bevoegdheden is een regelrechte oorlogsverklaring aan het adres van technisch directeur Marc Overmars die in het verleden weleens zijn veto uitsprak over de komst van een talent van Lings Slowaakse speeltje AS Trencin.

Op deze manier lijken de dagen van Overmars als technisch directeur geteld, want bij Cruijff geldt de eenvoudige stelregel: wie niet voor mij of mijn trawanten is, is tegen mij. De Middenweg is, met het verdwijnen van De Meer, zoek bij Ajax. Het doet me een beetje denken aan de ondergang van Danny Blind bij Ajax die ook de toorn van Cruijff over zich afriep toen hij een aanbeveling van JC over een of andere Spaanse speler in de wind sloeg.

Binnen de kortste keren wordt ervoor gezorgd dat het werken bij Ajax je onmogelijk wordt gemaakt. Vraag maar na bij voormalig directeur Martin Sturkenboom bij wie opeens de halve F-side in de tuin stond. Of aan ex-bestuurder Uri Coronel wiens foto op de voorpagina van de huiskrant verscheen met een groot kruis erover, als was hij een Servische oorlogsmisdadiger. En de terugkeer van Telegraaf-fluisteraar Johnny Heitinga mag natuurlijk ook geen verrassing heten.

De Telegraaf beschikte al niet over een heldhaftig oorlogsverleden, op haar rol in de bloedige Cruijff-revolutie hoeft ze ook niet al te trots te zijn.

Lees meer over:

Alle columns van Thijs Zonneveld

Alle columns van Thijs Zonneveld
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Edwin Struis

Alle columns van Edwin Struis
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur. 

Alle columns van Remco Regterschot

Alle columns van Remco Regterschot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Menno Pot

Alle columns van Menno Pot
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.

Alle columns van Mark Tuitert

Alle columns van Mark Tuitert
Bekijk hier de overzichtspagina met de eerdere columns van deze auteur.  
Tip de redactie