Letland-Nederland. Voor de allerlaatste keer radiocommentaar van Jack en Ronald. Einde van een tijdperk, naar het schijnt. En daarna dan?

Door Menno Pot

"Vanavond bij Jinek: Jack van Gelder en Ronald van der Geer, vrijdag voor het laatst als duo op de radio tijdens een wedstrijd van Oranje."

Dat moest ik even verwerken. Nooit meer Jack en Ronald. De aankondiging klonk alsof een Hollands instituut op het punt stond ontmanteld te worden.

Nu wist ik eerlijk gezegd niet wie Ronald van der Geer was, maar dat lag vast aan mij. Ik hoor Jack van Gelder al drie decennia hysterisch schateren, krijsen, hyperventileren en met overslaande stem vertellen hoe ‘ie er precies in ging, maar als jij Jack zegt, zeg ik Bert Nederlof – en niet Ronald van der Geer.

Enfin, kijken maar, want die Jinek-promo maakte één ding duidelijk: Letland-Nederland van 12 juni 2015 zou het einde van een tijdperk in de Nederlandse cultuur markeren. Zoiets als het allerlaatste Polygoonjournaal. Lenie ’t Hart weg bij de crèche in Pieterburen. De laatste Koot & Bie. Golden Earring uit elkaar.

Daar zaten ze. Eva Jinek introduceerde ze alsof hun namen bij elkaar horen als Nick en Simon, Gert en Hermien, Bassie en Adriaan of Hepie en Hepie.

Waarom toch, Ronald? Waarom?

Nou, Ronald had een baan bij de commerciële omroep gekregen en dat leek hem wel wat. Dus vandaar.

Maar dit duo, Jack! Dit duo! De stereo-Han Hollander van de eenentwintigste eeuw! Dat valt nu zomaar uiteen!

Ja, zei Jack, maar we werken pas sinds 2013 samen hè. Dus ach.

2013? Dat leek Eva Jinek enigszins te overvallen. Mij niet, want ik wist eerlijk gezegd niet eens wie Ronald van der Geer was, maar dat had ik al gezegd.

Laatste jaar

Eva bleef manmoedig wroeten, zoekend naar, tja, iets. Maar jij dan, Jack! Jij hóórt bij het Nederlands elftal. Ga je stoppen?

Nee hoor, zei Jack, zoals het er nu uitziet, blijf ik bij Langs de Lijn en ik zou heel graag Oranje blijven doen.

Eva gaf het op. Was er dan écht helemaal niets mijlpaligs aan dit moment? Iets emotioneels dan, wellicht?

Nee, want Ronald vindt zichzelf eigenlijk meer een tv-commentator. Dat hij met Jack het WK in Brazilië ‘deed’ voor de radio, kwam gewoon zo uit. Waarop Jack maar een anekdote vertelde, over Ronald die in Rio zo bang was voor straatrovers en vuurgevaarlijke bendes dat hij steeds veilig achter een standbeeld voor hun hotel bleef staan. Of zoiets.

Ik was over mijn slaap heen. Dan nog maar even googelen. En ziedaar: toch een schokkende ontdekking. Jack zit in zijn laatste jaar. Hij wordt in december 65 en mag daarna nog tot 1 juli 2016 blijven. Daarna is het finito.

Tóch nog een eindigend tijdperk, want wie is er níet groot geworden met de etherdoorklievende Oranjehysterie van Jack van Gelder? In 1988 kocht ik zelfs een cassettebandje met hoogtepunten uit zijn EK ’88-commentaar. Een soort ‘greatest hits’.

Eva Jinek liet in haar programma een YouTube-filmpje zien van een jongetje dat het radiocommentaar bij de duikvluchtkopbal van Robin van Persie, tegen Spanje, exact kon playbacken. Dat was wel leuk, want dat kon ik met dat EK-cassettebandje ook.

Tobbedansen

Vóór 1988 kende ik Jack vooral als presentator van Te Land, Ter Zee En In De Lucht, het beste Nederlandse televisieprogramma ooit. Hollandse huisvlijt en heerlijk onnozel mannenstuntwerk, inclusief nat pak, tegen het décor van een prachtig Oud-Hollands stadje. Beter bestaat niet.

Sommige mensen vonden het moeilijk om een man die zich bezighield met onderdelen als ‘Tobbedansen’, ‘Fiets ‘m erin’ en ‘Met Glans van de Schans’ serieus te nemen als voetbalcommentator. Ik had daar geen enkele moeite mee.

Voor Jack en zijn co-presentator Tom Blom waren de staaltjes garagevlijt van de deelnemers altijd ‘constructies’. Nooit ‘bouwsels’ of ‘gevaartes’ of wat dan ook, maar ‘constructies’. Later kwam Peter R. de Vries met zijn réconstructies. Ik ben er nog altijd zeker van dat hij dat zonder Jack nooit verzonnen had.

Nog één jaar Jack, terwijl Jack nog best verder wil. Trouwens: Youri Mulder vertelde me ooit dat ze Jack enorm op de kast konden krijgen door hem ‘Cheque van Geld’ te noemen. Dat vind ik bij nader inzien een gemene grap.