Daar stond je dan vorige week, in een trendy drollenvanger met een kek, roze rugzakje om je schouders. In de krant. Op een foto die niet meer uit mijn geheugen zal verdwijnen.

Je schopte een andere jongen van dezelfde testosteronrijke generatie en ik dacht dat ik keek naar supportersrellen tijdens Lazio-AS Roma of Galatasaray-Fenerbahçe.

De foto was echter gemaakt tijdens HFC Haarlem-FC Wageningen, een wedstrijd tussen twee teams uit vervlogen tijden, met vergeelde voetballers. In een cultachtig omgeving die was gecreëerd door mijn collega-journalisten Leo Oldenburger en Edwin Struis, twee échte voetballiefhebbers. Zo goed ken ik ze wel.

De 2e Divisie, Edwin, maar ook Menno Pot hebben er op deze plaats nog over geschreven de afgelopen dagen. Toen was nog niet bekend dat dit evenement door jouw bezopen toedoen een vroege dood zou sterven.

Ja, ik weet dat jij niet de enige was die zich misdroeg. En dat er andere randdebielen op rellerige ideeën kwamen.

Maar dat beeld van jou staat voor mij symbool. Symbool voor een klein, luidruchtig clubje enge klootzakjes.

Er is misschien genoeg over gezegd en geschreven, maar je hebt mij zo hard in mijn ziel geraakt dat ik dit kwijt moet. Omdat ik het beeld van jou niet kwijt raak.

Modern football

Juist nu, met die klote Fifa en hun klote geld en al die andere, kloterige idioterie rond modern football had ik een symbool van onschuld nodig. Van ongedwongenheid, plezier en beleving. Al was het maar voor even.

Heel even terug naar de pure liefde voor het voetbal die ik diep van binnen ergens heb verstopt.

De beweging was lekker op weg.

De 2e Divisie was een zeldzaam mooi stapje in de goede richting, een prima nieuwe vormgeving aan de beweging against modern football.

Ze gaf me hoop. Op een steeds luider wordend, belangrijk tegengeluid.

Mooie, roemruchte clubs als Haarlem, Veendam, SVV en Wageningen steken in prachtige retroshirts en ze tegen elkaar laten ballen in all star-formaties op vier fijne voetbalavonden in een walhalla-achtige omgeving op legendarische tribunes met gratis toegang en écht bier in échte glazen.

Echt. Wat kon er misgaan?

Jij, dus.

Je hebt mijn hoop vertrapt. Je hebt in het verlengde van bejaarde zakkenvullers als Sepp Blatter en wanstaltige consorten het voetbal nog dieper vernederd, verder misbruikt en erger verkracht. Waar je dit lef vandaan haalt? Het zal in poedervorm uit een wit envelopje tot jou en jouw vriendjes zijn gekomen.

Vrouwen en kinderen de stuipen op het lijf jagen.

Held.

De harten van liefhebbers laten verstenen.

Hond.

Wat ben ik kwaad op je.

Gedicht

Ik dacht nog even troost te vinden in zalvende woorden van Edwin en Leo, in de massale steun die zij ontvingen, in het gedicht van Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen. Omdat jij zijn misselijke muze bent, draag ik het voor.

Het is vandaag geen mooie dag.

De grasmat ligt er prachtig bij.

We zijn hier nu bijeengekomen

voor de klassieker FC Wageningen 

tegen SC Veendam.

Het stadion is volgepakt,

men staat zelfs op de trappen,

overwoekerd als ze zijn

door mos en plantjes hier en daar.

Er staat nulnul op het scorebord en

de geur van vette worst is lang 

vervlogen.

De spelers blijven thuis vandaag.

Maar hoe mooi ik dit gedicht ook vind, ik heb de troost er niet in gevonden.

Ik haat je.

Ik haat je met alles wat ik in me heb. Om wat jij hebt gedaan.

Je hebt me besmet.

Je hebt me zo boos gekregen als het rotte hout waaruit je zelf bent gesneden.

Hufter.

Je hebt kinderlijke hoop vernietigd en daarmee misschien wel álles kapot gemaakt.

Jij, judas.