Column

Een ereronde voor een dode renner

Marco gekalkt op het asfalt. Marco geverfd op spandoeken. En Marco bestorven in de monden van de toeschouwers langs de kant van de weg.

De Giro-etappe van gisteren was een ereronde. Maar dan eentje voor een renner die al elf jaar dood is: Marco Pantani. De ereronde liep speciaal voor Marco naar de top van zíjn berg, de Madonna di Campiglio.

Want als je daar je oor op het asfalt legt, dan hoor je stemmen uit het verleden, van de tifosi die huilen van geluk als Marco voorbij vliegt. Kijk de beelden van zestien jaar geleden er maar eens op terug: hij ging zo hard dat zijn wielen de grond niet raakten. Het was alsof hij straalaandrijving had.

Laten we wel wezen: die straalaandrijving hád hij ook. Behalve een lichaam dat gemaakt was om te klimmen had hij ook een hematocrietniveau van dik boven de vijftig. En in zijn bloed figureerde nog een halve apotheek aan spuiten en pillen. Maar daar mochten we het van de organisatie van de Giro niet over hebben.

In het officiële routeboek stond het duidelijk vermeld: gelieve het níet over het dopingverleden van Pantani te hebben. Dat hij de dag na zijn overwinning op Madonna di Campiglio uit koers werd gehaald met een te hoog hematocriet wordt in het routeboek ‘pijnlijk’ genoemd. Pijnlijk – alsof het een misverstand was, en niet het begin van zijn in drugs en doping gedoopte doodsspiraal.

Gelyncht

Heldenverering in het wielrennen – het heeft vaak iets ongemakkelijks. Iets übernationalistisch. Het schuurt als een zwembroek vol zand, het smaakt als hagelslag met spruitjes. In Frankrijk is Richard Virenque een nationale held, maar als Lance Armstrong het land binnenkomt wordt hij gelyncht.

In België is Frank Vandenbroucke nog steeds God, maar dan wel eentje die gisteren zijn dochter niet jeugdkampioene op de 800 meter kon zien worden omdat hij ver voor zijn tijd stierf aan de zoveelste microdosis zelfdestructie.

En in Nederland zijn we heel goed in wijzen naar anderen, maar we vergeten graag dat onze Joop nog wel eens een tijdstrafje aan zijn broek kreeg vanwege een verkeerd plasje.

In Italië gaan ze wel heel ver. Pantani was een geweldige renner – een held bij tijd en wijlen, van mijn part – maar wel eentje die te hoog vloog en zijn vleugels verbrandde aan de druk, de drugs en de dope. Dat kun je moeilijk een voorbeeld voor anderen noemen.

Davide Rebellin

Hoe kun je doping anno nu bestrijden als je doping in het verleden verheerlijkt? Het is nog tot daar aan toe dat de Giro een etappe organiseert in Pantani’s nagedachtenis. Maar dat ze ons als een Noord-Koreaanse propagandamachine bevelen om zijn zwarte kant niet te bespreken, is ronduit hypocriet.

Zeker als je bedenkt dat diezelfde Giro-organisatie dit jaar Davide Rebellin (ook een dopingzondaar, maar dan eentje die nog steeds leeft, én koerst) weigerde te laten starten vanwege zijn dopingverleden. Waarom is de ene een held en de andere een paria? Omdat de ene populairder was dan de andere? Of simpelweg omdat de ene dood is en de ander niet?

Misschien moet Rebellin eerst een keer dood gaan. Wie weet mag hij dan wel starten.

Lees meer over:
Tip de redactie