Column

Ontembare Buffalo’s

Buffalo, Buffalo, AA Gent!!! Hoewel het bijna 33 jaar geleden is, kan ik de beelden (en de spreekkoren) zo weer voor de geest halen. 

Door Edwin Struis

Op de staantribune van het Jules Otten-stadion aan de Bruiloftstraat in Gentbrugge, in de volksmond Den Ot geheten, waren we op een mooie septemberdag in 1982 getuige van de grootste stunt uit de Europacuphistorie van HFC Haarlem. Oké, die beslaat slechts vier duels, maar toch, de vreugde was er die woensdagavond niet minder om.

Met een duizendkoppige Haarlemse armada steunden we onze Roodbroeken in het Gentse en dat was nodig ook na de magere 2-1-zege twee weken eerder in de heenwedstrijd van de eerste ronde van de UEFA Cup.

Een kleine marge, bleek al snel, tegen een club waar oude bekenden als Aad Koudijzer, Cees Schapendonk en Søren Busk onder contract stonden.

Het stadion was zoals we die destijds in België konden verwachten. Dus aan de bouwvallige kant, met anderhalve tribune, maar niettemin o zo sfeervol. Laat dat maar aan de inwoners over van een stad die meer brouwerijen herbergt dan kerken.

Vanaf dat moment was AA Gent m’n favoriete club in België, ook al omdat we na een zwaarbevochten 3-3 en na een ontelbare hoeveelheid pintjes, als helden werden uitgezwaaid door de plaatselijke bevolking.

De Meester

Met name voorzitter Albert De Meester maakte rond die tweekamp een onuitwisbare indruk. Van bestuurders, spelers en mede-inktkoelies hoorde ik later de prachtigste verhalen over de flamboyante preses annex wegenbouwer die zich graag voorstelde als betonbaron.

Zo vergat Koudijzer nooit de wijze waarop de transfer van de boomlange spits in 1978 van Waregem naar AA Gent tot stand kwam.

Nadat De Meester aan de penningmeester van de verkopende club had gevraagd hoeveel de Nederlandse woudreus moest kosten (antwoord: vier miljoen frank, omgerekend zo’n 100.000 euro) telde hij voor de verbijsterde ogen van de Waregemse schatbewaarder doodgemoedereerd de benodigde bankbiljetten uit op de tafel.

Zoals Koudijzer ook altijd de dag zal bijblijven dat De Meester hem een keer voor de training honderdduizenden franks toestopte die hij mocht verdelen onder de spelers. Koudijzer liet het geld niet achter in de kleedkamer, dat vond hij te tricky, dus trainde hij met het geld verdeeld over z’n sokken.

De tante Sien van AA Gent heette Marietje, zij zwaaide de scepter over de kantine achter de hoofdtribune waar supporters en spelers dagelijks samenkwamen om te keuvelen en bier te drinken. Elk pintje moest afgerekend worden, maar de champagne was gratis. Niet geheel toevallig was dat ook het lijfdrankje van de voorzitter.

In 1984 won dit veredelde pubteam de Beker van België, pas in 2010 raakte de prijzenkast iets voller door een nieuwe beker. Daar tussendoor ging de club nog bijna bankroet.

Gentse wonder

De laatste jaren is Gent plotsklaps uitgegroeid tot uitdager van de oude elite Anderlecht en streekgenoot Club Brugge. Elke thuiswedstrijd barst het nieuwe, in 2013 geopende, Ghelamco-stadion uit de voegen, de ambiance is meeslepend en ook nu zijn er oude bekenden te bewonderen.

Sven Kums en Brian Vandenbussche speelden voor Heerenveen, Nicklas Pedersen heeft een Groningen-verleden, Lasse Nielsen kwam uit voor NEC en de pas 19-jarige aanvaller Moses Simon had een Ajax-toekomst kunnen hebben, ware het niet dat de Nigeriaan werd afgetest in Amsterdam.

Nadat hij in de winterstop overgekomen was van het Slowaakse AS Trencin ontpopte de goedlachse jongeling zich binnen de kortste keren tot publiekslieveling via een serie fraaie goals. 

En nu gaat het Gentse wonder zich dan echt voltrekken. De club staat, met nog twee duels voor de boeg, vier punten voor op naaste concurrent Anderlecht en kan dus voor het eerst in haar bestaan kampioen van België te worden.

Na afgelopen weekend een even heroïsche als luid bejubelde triomf (2-3) op aartsrivaal Club Brugge geboekt te hebben, volstaat donderdagavond op eigen veld een zege op Standard Luik. Mocht dat mislukken, dan is er nog een herkansing, maar die vindt plaats bij achtervolger Anderlecht. Dus deze donderdag moet het gebeuren, het hele volk zal uitlopen om deze unieke prestatie uitbundig te vieren.   

De tijden zijn veranderd. HFC Haarlem ligt al ruim vijf jaar onder de zoden, de verslagen opponent uit 1982 wordt deze week zomaar kampioen. Stadspoëet en nachtraaf Coenraed De Waele heeft al een heus kampioenenlied gecomponeerd waarvan het refrein straks iedereen mee zal brullen in het stadion dat donderdag – bij winst – tot diep in de nacht geopend zal blijven.

Ons Gantwoaze ee gien poen

Tog zein me wei neu kampioen

Tes nog maar den ieste kier

Un minuutse, er komt noch mier!

Dat u het weet. Ik hou het donderdagavond maar op de aloude strijdkreet: Buffalo, Buffalo, AA Gent!!!

Lees meer over:
Tip de redactie