Column

Dag Fred

Wéér dat gestamel. Wéér dat geslis. Wéér die angstige blik in de camera. Het was de herhaling van de herhaling van de herhaling. Want het is altijd hetzelfde liedje: Fred is de lul.

Door Thijs Zonneveld

Kijken naar Fred Rutten die uitlegt dat het wéér is misgegaan: ik kan het niet meer aan. Ik trek het niet. Het is me te veel. Tranen over mijn wangen, snik in mijn stem en een hart dat verzuipt in medelijden.

Die puppy-ogen die van links naar rechts schieten, die haren die alle kanten op staan, dat gestuntel met woorden - het is een aanslag op mijn softe kant. Een persconferentie van 33 seconden en ik jank de rest van de avond dozen vol tissues weg.

Ik weet niet wat het is. Rationeel gezien vind ik dat Fred niet geschikt is voor het vak van trainer. Althans, niet van een topclub. Hoeveel verstand van voetbal hij ook heeft: het is niet genoeg. Want je moet óók een beetje met de media om kunnen gaan, uitstralen dat niemand je iets kan maken en vooral: je moet genoeg winnen.

En op al die fronten scoort Fred niet altijd even goed. Je kunt ook zeggen dat Fred er af en toe geen pepernoot van bakt, maar dat is zo gemeen. Dus daarom doe ik het maar niet.

Fred is niet als andere trainers. Hij is niet arrogant, niet zelfvoldaan, niet egocentrisch. Hij kijkt verslaggevers niet dood als ze een klotevraag hebben gesteld en hij stapt niet met een honkbalknuppel de deur van de spelersbus uit als de supporters wéér om uitleg komen vragen. 

Op Louis van Gaal, José Mourinho, Frank de Boer en - pak 'm beet - Henk Fraser kun je schelden en godveren wat je wilt, want je weet dat het ze toch niet raakt. Maar bij Fred is dat anders. Bij hem komt het aan. Dat zie je. Dat voel je. Elke keer dat je scheldt op Fred wordt er ergens op de wereld een klein donzig kuikentje door een shredder gehaald.

Verdwaald

Als ik naar Fred kijk, dan zie ik Job Cohen. Schat van een vent, maar verdwaald op de verkeerde plek, op het verkeerde moment, en in het verkeerde maatpak. Ik heb de neiging om een arm om hem heen te slaan en tegen hem te zeggen dat het allemaal wel goed komt.

Niet omdat ik geloof dat het goed komt, maar gewoon omdat het zo lullig is om het níet te zeggen. Want voor je het weet kijkt-ie je aan met die waterige ogen van hem, en zit je weer de hele avond te snotteren.

Fred die net verloren heeft, dat is de moeder van Bambi vlak voor die ene scène met die aanzwellende muziek. Dat is een konijn vlak voor Kerstmis. Dat is mijn dochtertje die per ongeluk de bolletjes van haar net bij elkaar gejengelde ijsje op straat laat vallen.

Fred heeft het einde van het seizoen niet gehaald. Dat zat er vanaf het begin van het jaar al dik in, maar dat maakt het niet minder zielig. Al die wedstrijden waarbij hij zuchtend en steunend op de bank zat, al die interviews waarin hij verzoop in zijn eigen woorden, al die keren dat hij probeerde iemand anders te zijn: het was voor niets. Wat hij gaat doen weet ik niet, maar ik heb zo het vermoeden dat we hem heel lang niet zullen zien.

Dag Fred.

Snif. 

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NU.nl.*

Lees meer over:
Tip de redactie