Pröpper is een topper

Een jaartje of twee geleden. Theo Janssen liep als profvoetballer op zijn laatste benen en Marco van Ginkel zou naar Chelsea vertrekken. Het leek me dus een gerechtvaardigde vraag aan Janssen. "Hoe straks verder met Vitesse zonder jullie twee, Theo?"

Door Remco Regterschot

Met een bedenkelijk gezicht antwoordde Janssen op een Willem van Hanegem-achtige manier. Had ik naar de bekende weg gevraagd? Of was hier sprake van dat typische cynisme? "Wat bedoel je daar nou mee, man, we hebben Davy Pröpper toch?"

Ik dacht dat Janssen cynisch was, net als bijna iedereen binnen en buiten Arnhem zag ik in Pröpper op dat moment een fletse, puberaal ogende jongen die van alles wat kon, maar een elftal dragen?

Hij zou hooguit waterdrager worden, een nuttige dertien in een dozijn speler. Zeker als je hem afzette tegen de sierlijke allrounder Van Ginkel of de grote persoonlijkheid die Janssen was. Het 'product' uit eigen jeugd kwam in Arnhem niet toevallig vaak als laatste selectiespeler aan de beurt tijdens contractverlengingen.

Pröpper voelde dit soort scepsis, kreeg zelf ook de indruk dat hij blij mocht zijn dat Vitesse hem überhaupt weer een nieuw contract voorlegde. De woorden van Janssen deden hem daarom goed, zei de jonge middenvelder toen ik hem sprak voor een verhaal over zijn club in ELF Voetbalmagazine.

Pröpper hoopte eigenlijk dat er bij Vitesse meer mensen waren die dachten als Theo, zelfvertrouwen was immers belangrijk voor een speler. Het gebrek aan steun zou zelfs een vroegtijdig einde van zijn carrière in Arnhem kunnen inluiden, dacht Pröpper hardop.

Ik schreef zijn woorden braaf op, maar twijfelde aan zijn capaciteiten.

Zure stukjes

Janssen niet, zo bleek na het hardop uitspreken van die twijfels. Hij zag in Pröpper toch echt de nieuwe man die Vitesse in het post-Jordania tijdperk bij de hand moest gaan nemen. "Je vergist je in die jongen", zei hij, "en jij niet alleen als ik zo al die zure stukjes over Davy lees."

Janssen begon me zelfs uit te lachen. "Ja sorry hoor", verontschuldigde hij zich eigenlijk helemaal niet, "als jij niet ziet dat Davy een heel goede speler is met leidinggevende kwaliteiten begrijp je er echt geen kloten van. Hij moet alleen wat meer vertrouwen krijgen. Vitesse heeft de opvolger van mij en Van Ginkel al lang in huis."

Theo was dus niet cynisch. En Theo kreeg gelijk. Week na week werd Pröpper beter, meer en meer wierp de Arnhemmer zich op als bepalende speler, als leider op het middenveld. De laatste twijfel rond hem verdween afgelopen maandag in De Kuip waar Feyenoord door Vitesse op pijnlijke wijze met 4-1 over de knie werd gelegd. Pröpper blonk uit door zijn inzicht, denkvermogen en handelingssnelheid. Zijn voeten deden wat zijn hoofd hen opdroeg, zijn lichaam hoort inmiddels bij dat van een sterke, moderne middenvelder.

De opvolger van Van Ginkel en Janssen kende in die wedstrijd zijn gelijke niet en iedereen zag het, ondanks de aanwezigheid van een zuigend aandachttrekkertje als Zakaria Labyad: Davy Pröpper is een topper. "Lekker op tijd wakker allemaal", zou Janssen op dit moment cynisch tegen ons zeggen, hij had het al lang zien aankomen en ik begreep er inderdaad geen kloten van.

Peperduur

Helaas voor de fans van Ajax, Feyenoord, PSV en (vooruit) FC Twente, zijn er meer mensen die er geen kloten van begrepen. Deze clubs konden Pröpper immers meerdere momenten uit Arnhem ophalen voor een schijntje, maar kozen vaak voor mindere-, veel te dure alternatieven.

Als de scouts goed hadden opgelet, net zo zeker van hun zaak waren geweest als Janssen, had dat de topclubs buiten Arnhem een hoop geld gescheeld en was directe concurrent Vitesse niet zo sterk geworden.

Nu is ook Pröpper een peperdure jongen.

Het is eigenlijk best een beetje treurig dat er bij Ajax, Feyenoord, PSV en FC Twente een hoop mensen fors worden (of werden) betaald om zoveel minder te zien dan Theo Janssen.

Remco Regterschot is ook te volgen via Twitter@remregterschot

Tip de redactie