Column

VS beste optie voor Van der Vaart

Afgelopen weekend was het weer eens zover. Ik ben geen statistiekenfetisjist, maar het viel me wel op dat voor het eerst sinds héél lange tijd zowel Hamburger SV als Sankt Pauli winnend van het veld stapte. Misschien niet voor de eerste keer dit seizoen, maar veel zal het niet schelen.

Door Edwin Struis

De Rothosen wonnen zowaar met 2-1 bij Mainz, stadgenoot de Kiezkickers schudden een divisie lager op eigen veld het gekunstelde clubje RasenBallsport Leipzig met 1-0 van zich af.

Een aardig succesje in de schande die bij onze oosterburen Doppel-Abstieg heet. Ze moeten er in Hamburg niet aan denken, HSV en Sankt-Pauli die gelijktijdig degraderen. Nu staan beide ploegen weer boven de rode streep.

Ik heb iets met Hamburg, laat dat duidelijk zijn. Als het drieduizend kilometer zuidelijker zou liggen en zich zou wentelen in een Mediterraans klimaat, zou het zelfs m’n meest favoriete Europese stad zijn, met z’n prachtige haven, z’n opwindende uitgaansleven én die twee fascinerende voetbalclubs. Hoewel zeer uiteenlopend van aard, stadion, supportersschare, historie en begroting, koester ik de wedstrijden die ik in beide stadions gezien heb. 

Bij HSV zie ik meteen weer Lotto King Karl de hoogwerker beklimmen om oog in oog met de harde kern z’n evergreen Hamburg Meine Perle ten gehore te brengen, bij Sankt Pauli die bonte mix van krakers, nihilisten, antiglobalisten, hoeren en andere hapsnurkers die als in een processie elke keer weer optrekt naar hun Am Millerntor, het zo feeëriek gelegen stadion om de hoek bij de Reeperbahn, de zondigste mijl ter wereld. 

Die ene keer dat beide ploegen elkaar daar troffen op het hoogste niveau, met Joris Mathijsen en Ruud van Nistelrooy in de HSV-basis, staat nog steeds in m’n top tien van meest enerverende duels. Het zal er waarschijnlijk nooit meer van komen.

Grootste fout

Hoewel, HSV schurkt de laatste jaren wel heel erg tegen een enkeltje richting kelder aan. Vorig seizoen moest er zelfs een Relegations Spiel (promotie/degradatietweekamp) tegen Greuther Fürth aan te pas komen om te voorkomen dat HSV voor het eerst in haar 51-jarige Bundesliga-bestaan zou afdalen.

Maar ook seizoen 52 op het hoogste niveau verloopt desastreus. De nederlagen (en de trainers) volgen elkaar in hoog tempo op, de neergang lijkt onstuitbaar en permanent van aard. 

In al die treurnis loopt ook nog een landgenoot rond: Rafael van der Vaart. Ik weet het, ze zitten er niet op te wachten en ze voelen het zelf ongetwijfeld helemaal anders, maar ik heb best een beetje meelij met die ooit zo onbevangen stilist uit Heemskerk, die in het HSV-moeras langzaam kopje onder is gegaan.

109 Interlands, 25 interlandgoals, 20 keer Oranje-aanvoerder, 17 wedstrijden op EK’s en WK’s, invaller in een WK-finale, speler van Ajax, Real Madrid en Tottenham Hotspur; het is allemaal niet niks. Er lopen er miljoenen rond met beduidend minder imposante loopbanen, maar toch: het knaagt.  

Z’n grootste fout: z’n rentree medio 2012 bij HSV. De verloren zoon zou in de Hanzestad een nieuwe bloeiperiode  inleiden. Drie jaar later kijkt hij terug op een periode vol kommer en kwel, ook privé. Pijntjes die hij vroeger weglachte, kregen vat op hem. Trainers lieten hem verpieteren op de bank, omdat hij niet de meest geschikte persoon is om voorop te gaan in de (degradatie)strijd.

Van der Vaart is - mits fit - een sierlijk raspaardje, geen knoestige knol die een zwaar beladen schillenkar in beweging moet zetten. Hij doet z’n best, daar niet van, maar z’n aanwezigheid bij het huidige HSV is zo misplaatst dat het pijn doet aan de ogen. Deze zomer worden beide partijen eindelijk van elkaar verlost.

De Kennemers

Resteert één vraag: wat nu? Voor een terugkeer bij eerste liefde De Kennemers lijkt het nog wat te vroeg en de belofte aan z’n Spaanse opa, dat hij z’n carrière zal afsluiten bij het in de versukkeling geraakte Cadiz, zal ook nog wel niet ingelost worden. Maar wat dan?

De Amerikaanse competitie werd geopperd, waar wat overrijpe sterren als Kaká en David Villa een leuke boterham verdienen. En uiteraard zoemt z’n naam rond in Amsterdam, waar Frank de Boer naarstig op zoek is naar spelers die Ajax weer body en schwung kunnen geven. Die de verzameling ideale schoonzonen die daar rondhuppelt wat wijze voetballessen bijbrengt.   

De vraag is of Van der Vaart het type speler is dat anderen beter kan laten functioneren, bij HSV is daar de laatste jaren weinig van gebleken. Ook z’n haperende fysieke gesteldheid is geen pré, Van der Vaart is niet meer de speler van drie, vier jaar geleden.

De nog immer van fitheid overlopende Dirk Kuijt terug bij Feyenoord ligt zoveel meer voor de hand dan een rentree van Van der Vaart die zelf als geen ander weet (zie 2012) dat een terugkeer veel te hoge verwachtingen schept. Zeker bij het huidige Ajax dat niet kan tippen aan het Ajax dat hij tien jaar geleden verliet.

Rijkaard

Ik kan me de terugkeer van Frank Rijkaard in de Meer nog goed herinneren. Thuis tegen RKC scoorde hij na drie minuten, later brak hij bijna het been van Paul Nortan. Een kleine twee jaar later stond hij met de Europa Cup I in handen. In Rijkaard, destijds ook begin dertiger, zat nog voldoende strijdlust, fitheid, gif, klasse en leiderschap. Eigenschappen die Van der Vaart onderweg grotendeels kwijtgeraakt is.

Nee, een Rijkaard-scenario zit er niet in, misschien moeten beide partijen uit respect voor elkaar wel helemaal niet serieus om de tafel gaan zitten, hoewel de lobby door Sjaak Swart, de voorzitter van de Raffie-fanclub, inmiddels gestart is.

Hij ziet een match, ik niet. Misschien is de VS toch de beste optie. En daarna lonkt een bierelftal bij De Kennemers.

Lees meer over:
Tip de redactie