Ze stemmen ons vrolijk, die zeldzame clubs die niet alleen bij promotie kunnen lachen, maar bij onvermijdelijke degradatie evenzeer.

Door Menno Pot

In mijn brugklas op een rijksscholengemeenschap voor havo/vwo zat een jongen die - om het maar in voetbaltaal te zeggen - het niveau niet aankon. Hij haalde haast nooit een voldoende, voor welk vak dan ook. U begrijpt al dat hij niet zo heel erg lang mijn klasgenoot was.

Ik ga, om redenen van discretie, natuurlijk niet zeggen hoe die jongen heette, maar laten we hem voor het gemak even 'FC Dordrecht' noemen.

Het leuke aan FC Dordrecht was dat hij zijn lot met verve droeg. Hij beschouwde de brugklas voor havo/vwo als een probeerseltje, legde zich er vlot bij neer dat het niets worden zou, zat met zijn hoofd al op de mavo en maakte er daarom maar een showtje van wanneer hij weer eens een proefwerkblaadje terugkreeg met een rode 2 of 3 erboven.

De docenten speelden het spelletje mee: "FC Dordrecht, beste jongen, waar zit je? Kijk eens hier: een 4,8. Meevallertje, niet? Van harte!"

En dan grijnsde FC Dordrecht, juichte hij ostentatief en ging hij over tot de orde van de dag, die in zijn geval vooral bestond uit achterstevoren op zijn stoel zitten en tegen de achterburen zwetsen over van alles en nog wat.

Beetje trots

Soms kreeg ik de indruk dat FC Dordrecht zelfs een beetje trots was op zijn rol in de klas en waarom ook niet? Hij was in elk geval geen anonieme sufneus, zoals de meeste anderen. Ik vond het jammer dat hij wegging (want dat was, na een paar maanden, natuurlijk wel de consequentie).

Goed, tot zover mijn middelbare school. Het leek me een relevante inleiding, want geheel toevallig bestaat er dus een voetbalclub die FC Dordrecht heet - en die club neemt in onze voetbalcompetitie toevallig een vergelijkbare positie in als de FC Dordrecht uit mijn brugklas.

Ik vind ze onweerstaanbaar, clubs die het relativeringsvermogen hebben om niet alleen te promoveren, maar ook te degraderen met een lach. FC Volendam beheerste die kunst vroeger. De platte kar die bij die gelegenheden uit de stal kwam, heet voor niets de 'Heen & Weer'.

En nu dus FC Dordrecht, een club die altijd een goed humeur lijkt te hebben. Als ze een beetje hun best doen, is hun degradatie eerder een feit dan het kampioenschap van PSV.

Ze balen er vast van, maar hun balen heeft iets aangenaam laconieks en komt eigenlijk nooit naar buiten als chagrijn: ach, in de Jupiler League gaat het leven gewoon verder en kan vast weer eens wat vaker een potje gewonnen worden. Ook leuk.

Volksfeestje

Als FC Dordrecht eens een wedstrijd wint (het gebeurde tot dusver bij drie van de 28 pogingen), of zelfs maar op voorsprong komt of een gelijkmaker produceert, breekt een aanstekelijk volksfeestje los op de kleine tribune achter het doel, waarachter, zo kan ik u melden, het fijnste supportershome van de eredivisie staat.

De Schapenkoppen van Dordt zijn gespecialiseerd in een delicate melange van voetbalgejuich waarin je, behalve euforie, ook een ontwapenend soort verbazing kunt horen. Gewonnen? Wíj?

FC Dordrecht is de leukste club van de eredivisie, gezegend met een officieel Twitterkanaal dat de nobele kunst van de zelfspot beheerst ("Wat een orkaan van geluid op de Krommedijk, hebben jullie die geregistreerd, KNMI?") en, bij wijze van bonus, de raarste directeur, in de persoon van Marco Boogers, een man die op het nieuws dat concurrent NAC Breda zal worden beboet voor het opstellen van niet-speelgerechtigde speler het volgende te melden had via Twitter: "Hahahahaha."

Laten we de komende weken al onze voetballiefde op FC Dordrecht richten, en afspreken dat we op ze zullen proosten wanneer de bijl is gevallen. "Wij zijn Dordt, we hielden het kort - en tot de volgende keer maar weer."

Met Dordt komt het goed, maar de eredivisie zal volgend seizoen een stukje minder leuk zijn.