Het duurde. En het duurde. En het duurde. De uren vlogen voorbij, en af en toe ook een renner met een fiets, maar de kilometers vlogen niet. Gent-Wevelgem duurde een week. Minstens.

Door Thijs Zonneveld

Soms zijn er koersen die lang duren omdat er niets gebeurt. Vlakke Touretappes waarin je urenlang tegen het smoelwerk van de eenzame vluchter Jean-François La Crêpe aan moet kijken, heuvelklassiekers waarin tweehonderd renners wachten op het laatste klimmetje, Vuelta-ritjes die speciaal zijn ontworpen voor siësta-liefhebbers.

Gent-Wevelgem is normaal gesproken ook heel saai. Een wedstrijd voor sprinters - de bankiers van het peloton. Nooit op kop rijden, nooit een handje uit de mouwen steken voor anderen, maar op het laatst wel een sprintje trekken om de bonus op te halen.

Welnu, gisteren was Gent-Wevelgem niet saai. Gisteren duurde Gent-Wevelgem een week omdat er zo veel gebeurde dat je het niet in één dag of in één koers kunt passen. En al helemaal niet in één column. Om de Gent-Wevelgem van gisteren te beschrijven heb je minimaal een trilogie van zestigduizend pagina's nodig, bedrukt met heel kleine lettertjes.

Je kunt een hoofdstuk of tien schrijven over de wind die renners en fietsen wegblies als plastic zakken van de Aldi over een leeg parkeerterrein. Je kunt een betoog van honderdduizend woorden tikken over de waanzin van koersen met windkracht negen, en je kunt een net zo groot pleidooi schrijven over de schoonheid ervan.

Je kunt een paar perkamentrollen vol penselen over de Edele Kunst van het Waaierrijden. Of over het moment dat Geraint Thomas boven de berm zweefde als een fakir op een vliegend tapijt.

Je kunt een schrift zo dik als het telefoonboek van Shanghai vullen over de tactische keuzes van Stijn Vandenbergh.

Je kunt in vijftig tinten grijs dwepen met de netkousen van Luca Paolini.

Ribbedebie

Je kunt een column of tien tikken over Gert Steegmans, die halverwege de koers besloot te gaan waterfietsen.

Je kunt een onderzoeksteam van twintig man zetten op de vraag waarom sommige halvegaren een wielsetje met hoge velgen staken.

Je kunt een week talkshows vullen - zelfs zónder Peter R. De Vries - met Michel Wuyts die heel zachtjes 'Ribbedebie' in de microfoon fluistert als antwoord op elke vraag.

Je kunt een documentaire maken over de eenmanswaaier van Jurgen Roelandts.

Je kunt een cursus 'Hoe Doe Je Zo Onhandig Mogelijk Een Regenjackje Uit' geven, gepresenteerd door Sylvain Chavanel.

Je kunt een seizoen 24 maken met Jack Bauer als Jack Bauer, waarin hij terroristen uitschakelt door ze een racefiets inclusief twee volle bidons tegen hun hoofd te gooien vanaf de overkant van de sloot.

Je kunt - ach, jongens, je kunt de Gent-Wevelgem van gisteren niet beschrijven. Ook niet als je het probeert.

Laat ik het zo zeggen: de volgende keer dat iemand je vraagt waarom je in godsnaam toch altijd naar dat wielrennen kijkt, dan sleep je diegene met zijn haren achter een computer, Google je op 'YouTube Gent-Wevelgem 2015' en klik je op play.

Want de koers van gisteren is het beste bewijs dat wielrennen de zwaarste, belachelijkste en mooiste sport is die er bestaat.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*