Nederlandse huishoudens hebben momenteel zo'n 340 miljard euro aan spaargeld op de bank staan. Daarmee is de totale hoeveelheid spaargeld afgelopen jaar met 5,3 miljard euro aangedikt.

Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). De bijgeschreven rente zorgde voor het leeuwendeel van de toename. Zelf droegen spaarders per saldo 1,8 miljard euro bij.

DNB stelt verder vast dat de concentratie van het spaargeld verder is afgenomen. Tijdens de jaren van onrust op de financiële markten nam het aantal partijen waar Nederlanders hun spaargeld aan toevertrouwden af. Dat had te maken met de faillissementen van DSB en Icesave en fusies zoals die van van ABN Amro en Fortis.

Naarmate het stof van de kredietcrisis neerdaalde, nam de spreiding van het spaargeld weer toe. Dat komt mede door de verplichte opsplitsing van ING en Nationale-Nederlanden, maar ook doordat kleinere banken marktaandeel hebben gewonnen.

Volgens DNB zijn kleinere partijen zich actiever op de spaarmarkt gaan bewegen, met fellere concurrentie op bijvoorbeeld spaartarieven tot gevolg. Voor de crisis zat er nauwelijks verschil tussen de spaarrentes bij grote en kleine banken. Gaandeweg is dat verschil opgelopen, aldus de toezichthouder.

DNB sluit niet uit dat spaarders bovendien geleerd hebben van de faillissementen van Icesave en DSB en de crises rond Fortis/ABN Amro en SNS Reaal. Het kan zijn dat zij hun spaargeld uit voorzorg meer zijn gaan spreiden over verschillende banken.