Ook rechter Haarlem laat fictief rendement bij belasten vermogen in stand

Ook de rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de vermogensrendementsheffing over spaartegoeden, in de volksmond spaartaks, rechtmatig is.

De vermogensrendementsheffing gaat uit van een fictief rendement van 4 procent op vermogens, waarover vervolgens 30 procent belasting moet worden betaald.

De rechtbank oordeelt woensdag dat het niet aannemelijk is dat het veronderstelde rendement van 4 procent niet meer haalbaar is. Daarmee is het fictieve rendement waar de fiscus mee rekende niet in strijd met het eigendomsrecht.

De heffing was volgens de klager in 2014 in strijd met het eigendomsrecht in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, omdat het rendement van 4 procent in werkelijkheid vaak niet werd gehaald vanwege de lage rente.

Het vonnis van woensdag sluit aan op eerdere uitspraken van de rechtbanken in Groningen en Breda. Ook deze rechtbanken stelden de Bond voor Belastingbetalers, die de proefprocessen namens belastingplichtigen heeft aangespannen, in het ongelijk.

Hoge raad

De Hoge Raad oordeelde eerder al dat de rendementsheffing in de jaren 2010 en 2011 niet in strijd was met het Europese verdrag. Dit is alleen het geval als duidelijk is dat het veronderstelde rendement voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is.

Maar daarvoor is het niet voldoende dat het rendement op bepaalde bezittingen, zoals spaartegoeden, structureel beneden de 4 procent blijft. Vermogenden hebben namelijk ook andere manieren om met hun vermogens rendement te behalen.

De rechtbank Noord-Holland oordeelt woensdag dat de ontwikkeling van de rente na 2014 ook van belang kan zijn voor de beoordeling of het rendement van 4 procent haalbaar was of niet.

Risicovol beleggen

De klager vindt dat de wetgever belastingplichtigen heeft gedwongen om risicovol te beleggen, omdat zij alleen op die manier een rendement van 4 procent op hun beleggingen konden halen. Ook daar gaat de rechtbank niet in mee.

"Hoewel niet uitgesloten kan worden dat de keuze van de wetgever voor een forfaitair rendement van 4 procent van invloed is op de beleggingsstrategie van een belastingplichtige, is van enige dwang ten aanzien van de bestemming van het vermogen geen sprake."

Teleurstellend

"De uitspraak is niet geheel onverwacht. Het is echter wel teleurstellend dat ook de rechtbank Haarlem vasthoudt aan de haalbaarheid van het forfaitaire rendement van 4 procent", stelt voorzitter Jurgen de Vries van de Bond voor Belastingbetalers.

Volgens de bond betekent dit "nog niet dat de strijd gestreden is". De procedure bestaat uit zes zaken, waarvan er vier zijn beslist. Eind januari worden de laatste twee zaken voorgelegd aan de rechtbank in Arnhem.

"Op basis van deze uitspraken ligt het in de lijn der verwachting dat de Bond voor Belastingbetalers eerst hoger beroep zal aantekenen bij het gerechtshof, voordat we naar de Hoge Raad gaan."

Andere manier

Overigens wordt de belasting vanaf dit jaar op een andere manier berekend. Er zijn voortaan drie vermogensschijven waarbij twee belastingtarieven gebruikt worden.

In de eerste schijf tot 75.000 euro wordt ruim twee derde van het belastbare deel van het vermogen belast met een percentage van 1,63 procent. De rest met 5,39 procent. Over dit berekende voordeel moet dan 30 procent belasting betaald worden.

In de tweede schijf van 75.000 tot 975.000 euro ligt de verhouding iets anders. In de hoogste schijf wordt alleen het percentage van 5,39 procent gebruikt.

Tip de redactie