Veel belastingbetalers worden na 1 januari de dupe door nieuwe regels voor de vermogensrendementsheffing. 

Daarvoor waarschuwen de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en de Bond voor Belastingbetalers (BvB) maandag in een brief aan de Eerste Kamer.

Volgens de organisaties wordt met name de belastingbetaler die werkt aan een aanvullend pensioen of die altijd spaarzaam heeft geleefd, geraakt. In de nieuwe regels wordt er voor die groep van uitgegaan dat over een groot deel van hun vermogen een rendement van 4,7 tot zelfs 5,5 procent is behaald.

Dat zou echter irreëel zijn voor mensen die geen grote risico's hebben genomen.

Ongewenste gedragseffecten

"Als financiële instellingen worden aangesproken op hun zorgplicht voor particulieren, dan mogen wij van de overheid tenminste hetzelfde verwachten", zegt BvB-directeur Paul Koster. "Vermogensbelasting mag niet leiden tot ongewenste gedragseffecten, zoals het nemen van onverantwoorde risico’s voor burgers."

Nu geldt nog dat wordt uitgegaan van een fictief rendement op vermogen van 4 procent. Daarover moet 30 procent vermogensrendementsheffing worden betaald.

Noodoplossing

De heffing wordt aangepast omdat een rendement door de huidige lage rentestanden lastig is. De nieuwe regeling bevat drie schijven, waarbij voor hogere vermogens wordt gerekend met een hoger fictief rendement.

De VEB en de Bond voor Belastingbetalers stellen een tijdelijke noodoplossing voor. In dat plan wordt het fictief rendement gehandhaafd op 4 procent, maar de belastingvrije voet verhoogd naar 50.000 euro om te zorgen voor de nodige verlaging van de belastingdruk.